Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.6.2.3
4.6.2.3 Beleggingen en risico’s
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193539:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 7 lid 1 aanhef en onder d Icbe-Verordening 583/2010.
ESMA34-43-392, sectie 2 vraag 8b.
ESMA heeft een uitgebreidere lijst opgesteld met factoren die bepalen wanneer er sprake is van gebruik van een index. ESMA34-43-392, sectie 2 vraag 8b.
Art. 7 lid 1 Icbe-Verordening 583/2010.
Gebruik is in de Benchmarkverordening gedefinieerd als het volgen van een index, het berekenen van performance fees op basis van een index of het baseren van de activa-allocatie op een index. Van dat laatste is volgens ESMA sprake indien er beperkingen gelden voor de asset-allocatie ten opzichte van de index die volgen uit de fondsdocumentatie (art.3 lid 1 sub 7 Benchmarkverordening en ESMA70-145-11, q5.5).
ESMA/2014/937, punt 9.
ESMA/2014/937, punt 54.
ESMA/2014/937, punt 49.
Zie paragraaf 4.5.3.5 over de derivatenlimieten.
CESR/10-788, paragraaf 3.8.2.
CESR/10-788, box 24.
ESMA/2014/937, punt 38.
ESMA/2014/937, punt 25.
Art. 14 SFTR.
Art. 14 en Bijlage deel B SFTR.
ESMA/2014/937, punt 47.
ESMA/2014/937, punt 47.
ESMA/2014/937, punt 43 sub e.
Art. 6 lid 1, 2 en 3 sub g, art. 7, 8 en 9 SFDR.
Zie COM(2018) 97 final voor het gehele actieplan.
Art. 6 lid 1 en 3 sub g SFDR.
Overweging 21 SFDR.
Art. 8 lid 1 en 2, art. 6 lid 3 sub g SFDR.
Art. 9 lid 1 SFDR.
Art. 7 lid 1 en 2 en art. 6 lid 3 sub g SFDR.
Om een verantwoord beeld te kunnen vormen van de icbe moet uiteraard informatie worden vermeld over de beleggingen. Het beleggingsuniversum ofwel de categorieën activa waarin belegd mag worden dient uiteraard opgenomen te worden in het prospectus.1 Dit geldt ook voor de beleggingsdoeleinden, financiële doeleinden, bijzondere beleggingsgrenzen en het beleggingsbeleid, zoals de markten en sectoren waar het beleid zich op richt.
– Benchmark
Uit de Icbe-Richtlijn volgt niet expliciet of een benchmark opgenomen moet worden indien een icbe een index niet volgt maar anderszins gebruikt in haar beleggingsbeleid. Dit lijkt me echter wel het geval. Indien het beleid een verwijzing naar een benchmark impliceert of behelst, moet dit worden opgenomen in de ebi.2 ESMA stelt in een Q&A dat al sprake is van een verwijzing naar een benchmark indien de icbe een index gebruikt als universum of als holdings in de icbe-portefeuille gebaseerd worden op de holdings van een index.3 Dit is ook het geval indien de icbe in eigen publicitaire mededelingen wordt vergeleken met een index of indien er risico-indicatoren gebruikt worden die refereren aan een index.4
Alhoewel strikt genomen dit niet betekent dat dezelfde lijn gehanteerd moet worden in het prospectus – er is zelfs expliciet in de Icbe-Richtlijn bepaald dat de informatie ook opgenomen moet worden in de ebi als de informatie niet in het prospectus is opgenomen – zal in het prospectus veelal dezelfde lijn gevolgd worden.5 Temeer daar in de Benchmarkverordening is bepaald dat indien een icbe een benchmark gebruikt, in het prospectus opgenomen moet worden of de benchmark wordt aangeboden door een beheerder die is opgenomen in het Benchmarkregister.6 Dat kan uiteraard niet zonder vermelding van de naam van de benchmark.
In het prospectus dient zodoende opgenomen te worden of een icbe een benchmark gebruikt.7 Alhoewel dit in het kader van de Benchmarkverordening dient te gebeuren en gebruik in de Benchmarkverordening anders is gedefinieerd dan in de ESMA Q&A, lijkt het onontkoombaar om toch de definitie van ESMA te hanteren. Anders zou er discrepantie kunnen ontstaan tussen de ebi (waarin de ESMA-definitie moet worden gehanteerd) en het prospectus. Dat is onwenselijk.
Indien een icbe een index volgt, moet dit in het prospectus worden opgenomen, evenals informatie over de onderliggende componenten van de index.8 Hoe frequent de index wordt aangepast en wat het effect daarvan is op de kosten, moet eveneens worden opgenomen in het prospectus.9 Als de icbe voornamelijk belegt in andere instrumenten dan effecten of geldmarktinstrumenten, moet daar in het prospectus eveneens duidelijk de aandacht op worden gevestigd.10
– Restricties
Indien een icbe gebruikmaakt van een verruimingsmogelijkheid van een beleggingsrestrictie zoals beschreven in paragraaf 4.5.3, moet dit gemeld worden in het prospectus. Een voorbeeld hiervan is als de icbe voor meer dan 35% wil beleggen in effecten die zijn uitgegeven of gegarandeerd door een lidstaat.11 Volgens ESMA moet in het prospectus ook worden opgenomen wanneer de icbe een index volgt en dientengevolge niet kan voldoen aan de spreidingslimiet.12
– Derivaten
In het prospectus moet ook worden opgenomen of belegd mag worden in derivaten en wat het doel van deze beleggingen is.13 Dat wil zeggen of ze worden gebruikt voor risicoafdekking of ter verwezenlijking van beleggingsdoeleinden. Het gebruik van derivaten moet aan enkele limieten voldoen.14 CESR stelt dat de berekeningsmethode van deze limieten gepubliceerd moet worden in het prospectus.15 Als de value at risk-berekeningsmethode wordt gekozen, moet de icbe bovendien het verwachte niveau van hefboomwerking en voor zover relevant informatie over de referentieportfolio opnemen.16 Indien er ook in totale-opbrengstenswaps of financiële derivaten met vergelijkbare kenmerken kan worden belegd, moet hierover aanvullende informatie in het prospectus worden opgenomen. Dit betreft onder andere informatie over de tegenpartij(en) en over het tegenpartijrisico.17
– Technieken voor efficiënt portefeuillebeheer
Als de icbe voornemens is technieken voor efficiënt portefeuillebeheer toe te passen, dient dit vermeld te worden in het prospectus.18 Als de liquidatiewaarde van de icbe naar verwachting volatiel is, met andere woorden: als het (markt)risico van de portefeuille hoog is als gevolg van dit soort technieken of als gevolg van de samenstelling van de portefeuille, moet dit duidelijk worden vermeld in het prospectus.19 Als icbe’s effecten uitlenen of total return swaps gebruiken, moet dit in het prospectus worden vermeld op grond van de SFTR.20 In deze Verordening is een heel schema opgesteld van informatie die in dat geval in het prospectus van een icbe opgenomen moet worden.21 Onder andere het maximumpercentage en het verwachte percentage van de activa dat bij deze technieken gebruikt wordt, moet worden opgenomen, evenals de verdeling van de inkomsten tussen de icbe en de beheerder en/of een derde. Voorts moeten tal van algemene gegevens, criteria voor de selectie van tegenpartijen en onderpand en informatie over het risicobeleid worden opgenomen.
– Zekerhedenbeleid
ESMA stelt dat ook het zekerhedenbeleid opgenomen moet worden in het prospectus.22 Het beleid moet zowel de typen onderpand die de icbe ontvangt, de minimumhoeveelheid onderpand die de icbe verlangt, het haircut-beleid, ofwel ten aanzien van welke typen onderpand en tegenpartijen aanvullende zekerheden worden gevraagd, en het herbeleggingsbeleid van contant onderpand bevatten.23 Als een icbe verwacht uitsluitend effecten als onderpand te ontvangen die zijn uitgegeven of gegarandeerd door een lidstaat, dient dit ook opgenomen te worden in het prospectus.24
– Duurzaamheidsdoelstellingen
Vanaf 10 maart 2021 dienen icbe’s aanvullende informatie over duurzaamheidsrisico’s en duurzaamheidsdoelstellingen op te nemen in het prospectus.25 De nieuwe vereisten volgen uit de SFDR, die onderdeel is van het Europese actieplan ‘Duurzame groei financieren’.26 In het prospectus dient opgenomen te worden op welke wijze duurzaamheidsrisico’s worden meegenomen in het nemen van beleggingsbeslissingen en welke impact deze duurzaamheidsrisico’s kunnen hebben op het rendement van de icbe.27 Daarnaast worden icbe’s onderverdeeld in drie categorieën. Er zijn ‘gewone’ icbe’s, icbe’s die ecologische en/of sociale karakteristieken promoten en icbe’s die een positief effect op milieu en maatschappij als doelstelling hebben.28 Als de icbe ecologische of sociale karakteristieken promoot, dient opgenomen te worden hoe deze karakteristieken worden behaald en hoe de benchmark, indien van toepassing, past bij deze karakteristieken.29 Indien de icbe een positief effect op milieu en maatschappij beoogt, dient zij geen standaard marktbrede benchmark te hanteren maar een benchmark die past bij haar duurzaamheidsdoelstelling.30 In het prospectus moet de keuze voor de benchmark worden toegelicht. Tot slot dient vanaf 30 december 2022 voor alle icbe’s vermeld te worden of en zo ja hoe ze in het beleggingsbeleid omgaan met ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren.31