Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.2.2
2.2.2 Onderlinge verhouding tussen vennootschapsorganen
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197902:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2008/09, 31 763, nr. 3, p. 8. Een individuele niet-uitvoerende bestuurder kan trachten zich te disculperen. Een verdere bespreking van de taak van niet-uitvoerende bestuurders laat ik achterwege. In de Companies Act 2006 wordt zelfs geen onderscheid gemaakt tussen niet-uitvoerende bestuurders en uitvoerende bestuurders.
Wat precies ‘besturen’ omvat, gaat dit onderzoek te buiten. Zie bijv. Koelemeijer 1999, p. 196-197 en Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/110 voor een verdere invulling van het begrip besturen.
Van Schilfgaarde/Winter, Wezeman & Schoonbrood 2017/1 en Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/3.
O.a. Assink/Slagter 2013, p. 993, Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/190 en HR 21 januari 1955, ECLI:NL:HR:1955:AG2033, NJ 1959/431 (Forumbank).
Kershaw 2012, p. 191.
S.20 CA 2006.
S.3 schedule 1 en 3 Model Articles.
Koelemeijer 1999, p. 202 en Davies & Worthington 2016, p. 356.
Davies & Worthington 2016, p. 60.
Davies 2010, p. 108, Davies & Worthington 2016, p. 356 en Mayson, French & Ryan 2016, p. 428.
S.21 CA 2006 jo. s.283 CA 2006.
S.4 schedule 1 en 3 Model Articles.
Zie Mayson, French & Ryan 2016, p. 468.
Davies & Worthington 2016, p. 360.
S.168 CA 2006.
Davies & Worthington 2016, p. 356. Zie verder par. 2.2.3.
Klaassen 2007, p. 63.
Davies & Worthington 2016, p. 60.
Bijv. Hucke 1996, p. 65 en Jula 2004, p. 2. Het bestuur van een AG heeft daarentegen een zeer autonome positie. Het bestuur hoeft geen instructies of aanwijzingen te dulden van andere vennootschapsorganen. Zie verder Koelemeijer 1999, p. 198 en Boschma, Lennarts & Schutte-Veenstra 2014, par. 6.1.
O.a. Michalski/Lenz 2017, GmbHG § 35 Rn. 2 en MüKoGmbHG/Liebscher 2019, GmbHG § 45 Rn. 81.
§37 GmbHG jo. §47 GmbHG. Zie verder Koelemeijer 1999, p. 200. Zie par. 2.5.3.4 over het instructierecht.
Hoe verhouden de vennootschapsorganen zich tot elkaar? De taak en de rol van de raad van commissarissen of niet-uitvoerende bestuurders binnen de vennootschap is in Nederland, Engeland en Duitsland op hoofdlijnen gelijk. De raad van commissarissen houdt toezicht op de taakuitoefening van de bestuurders (en hun verhouding met aandeelhouders) en geeft advies.1 De taak van niet-uitvoerende bestuurders omvat meer dan alleen toezicht houden en adviseren aangezien zij tezamen met de uitvoerende bestuurders – het dagelijks bestuur – deel uitmaken van het bestuur.2 Evenals de uitvoerende bestuurders zijn de niet-uitvoerende bestuurders in beginsel verantwoordelijk voor het gevoerde beleid en de genomen besluiten.3
Interessanter is de verhouding tussen de algemene vergadering en het bestuur. Deze loopt in de onderzochte landen uiteen. Ik bespreek deze onderlinge verhouding hierna per land.
Nederland
De bevoegdheidsverdeling tussen de algemene vergadering en het bestuur is in Nederland alleen op hoofdlijnen (dwingendrechtelijk) geregeld. De algemene taak die is opgedragen aan het bestuur is, kort gezegd, het besturen van de vennootschap.4 Dit is terug te vinden in artikel 2:239 BW: “Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vennootschap.” De wet kent aan de algemene vergadering specifieke bevoegdheden toe. Zo is in artikel 2:231 BW de algemene vergadering de bevoegdheid toegekend de statuten te wijzigen, die de inrichting van de vennootschap voor een belangrijk deel bepalen.5 Soms kennen de statuten de algemene vergadering aanvullende bevoegdheden toe, zoals een instructierecht.6 Tot slot heeft de algemene vergadering een restbevoegdheid: artikel 2:217 lid 1 BW kent haar alle bevoegdheden toe die niet bij de wet of de statuten zijn toegekend aan het bestuur of aan anderen. De bevoegdheden die wettelijk of statutair toekomen aan de algemene vergadering (of aan de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding) komen verder aan bod in de paragrafen 2.5-2.6.
Het bestuur oefent zijn taak autonoom uit.7 Dit betekent dat het bestuur in beginsel zelfstandig de vennootschap bestuurt en het bestuur daarbij beleidsvrijheid toekomt. De statuten van een vennootschap kunnen echter beperkingen op de bestuursautonomie aanbrengen. Voorbeelden van beperkingen zijn het toekennen van een algemeen of specifiek instructierecht, of een goedkeuringsrecht ten aanzien van bestuursbesluiten, aan de algemene vergadering of aan een vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding.
Engeland
In de Companies Act 2006 is geen general statement opgenomen ten aanzien van de bevoegdheden van de algemene vergadering of de taak van het bestuur van een Ltd.8 Een en ander staat wel in de Model Articles, de standaard statutaire bepalingen die gelden wanneer een vennootschap geen statuten heeft geregistreerd of niet voor andere statutaire bepalingen heeft gekozen.9 Zo zijn in deel drie en vier van de Model Articles concrete bevoegdheden van de algemene vergadering opgenomen. Over de bestuurstaak zeggen de Model Articles het volgende: “Subject to the articles, the directors are responsible for the management of the company’s business, for which purpose they may exercise all the powers of the company.”10 Doordat de bevoegdheidsverdeling niet in de Companies Act 2006 staat, bepalen de statuten de bevoegdheidsverdeling.11 De bevoegdheidsverdeling kan vanwege deze inrichtingsvrijheid per vennootschap zeer verschillen. Veel vennootschappen kiezen de Mode l Articles als uitgangspunt en combineren deze met een aantal specifieke wijzigingen.12
In theorie bepalen aandeelhouders in Engeland de bevoegdheidsverdeling tussen het bestuur en de algemene vergadering aangezien de aandeelhouders besluiten over de wijziging van de statuten.13 Een wijziging van de statuten geschiedt door de algemene vergadering met een meerderheid van 75 procent van de stemgerechtigden.14 De algemene vergadering mag volgens de Model Articles met eenzelfde stemmeerderheid onbeperkt instructies geven aan het bestuur ten aanzien van (een) specifieke handelingen.15 Het ligt echter niet voor de hand dat aandeelhouders hier gebruik van maken tegen de wensen van het bestuur in.16 Aandeelhouders die het oneens zijn met de koers die het bestuur voert, kunnen namelijk eenvoudiger het bestuur ontslaan, althans daarmee dreigen.17 De algemene vergadering neemt een ontslagbesluit met (slechts) een normale stemmeerderheid.18
In Engeland ligt veel macht dus bij de aandeelhouders, meer dan in Nederland waar op hoofdlijnen de bevoegdheden van en de verdeling tussen het bestuur en de algemene vergadering dwingend in de wet zijn opgenomen. Het onderstreept de aandeelhoudersgedreven cultuur van Engelse ondernemingen, zoals die ook in het navolgende naar voren zal komen.19
Duitsland
De onderlinge verhoudingen tussen de vennootschapsorganen kunnen in Duitsland grotendeels worden geregeld in de statuten (zogenaamde Satzungsautonomie). Dwingendrechtelijke bevoegdheden voor de algemene vergadering bestaan nauwelijks en voor zover ze bestaan, hebben ze alleen betrekking op de structuur van de vennootschap.20 De GmbH kent aldus meer inrichtingsvrijheid voor aandeelhouders dan de BV. In Engeland is in feite door het ontbreken van wettelijke bevoegdheden weer meer vrijheid dan in Duitsland, maar dit moet worden gerelativeerd omdat vennootschappen in de praktijk doorgaans de Model Articles als uitgangspunt kiezen.21
Voorts staat het bestuur, in tegenstelling tot Nederland, in een ondergeschikte in plaats van nevengeschikte verhouding tot de algemene vergadering.22 Naar buiten toe treedt het bestuur op als vertegenwoordiger van de vennootschap, maar intern vormen de aandeelhouders het hoogste vennootschapsorgaan van een GmbH, “das oberstes Willenbildungsorgan.”23 De algemene vergadering heeft grote invloed op het bestuur en het reilen en zeilen van de vennootschap, vooral doordat aandeelhouders de – vrijwel onbegrensde – bevoegdheid hebben specifieke instructies aan het bestuur te geven en het bestuur deze aanwijzingen dient op te volgen.24