Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.2.3
2.2.3 Shareholder model en stakeholder model
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197845:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Honée 2016, p. 311 en Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/32.
Zie hiervoor bijv. Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/127.
Zie Bezemer, Van den Bosch & Volberda 2012, p. 18.
Dit is de klassieke definitie die algemeen wordt aanvaard, zie Fassin 2009, p. 116. Evenwel zijn andere definities van het begrip stakeholder denkbaar. Zie bijv. Friedman & Miles 2006, par. 1.3 voor een uiteenzetting van verschillende definities en typen stakeholders. Zie verder Fassin 2009, p. 131 voor een lijst met groepen van stakeholders.
De recente ontwikkeling in de VS is dat Amerikaanse concerns aangeven zich niet meer primair door het aandeelhoudersbelang te laten leiden bij hun beslissingen. Zie FD 19 augustus 2019, ‘Aandeelhouder niet langer op eerste plaats bij Amerikaanse bedrijven’.
Friedman 1962, p. 133.
Bezemer, Van den Bosch & Volberda 2012, p. 19.
Ajibo 2014, p. 38.
Zie Berle 1931 voor het allereerste debat hierover. Zie verder o.a. Fisch 2005, p. 637 en Hayden & Bodie 2010, p. 2081.
O.a. Stout 2002, p. 1191, Hayden & Bodie 2010, p. 2083 en Keay 2010, p. 393. Zie ook Assink 2007, p. 83 die betoogt dat in Nederland vooralsnog geen plek is voor shareholder primacy vanwege de stakeholder-benadering.
Grantham 1998, p. 569.
De onderlinge verhouding tussen de vennootschapsorganen en daarmee samenhangend de macht van de algemene vergadering betreft de corporate governance van een vennootschap. Corporate governance is, kort gezegd, het geheel van regels aangaande hoe vennootschappen worden bestuurd en het toezicht daarop. Het functioneren van de vennootschapsorganen staat hierbij centraal.1 Twee corporate governance modellen zijn te onderscheiden. Onder het Rijnlandse (stakeholder) model dient het bestuur van de vennootschap rekening te houden met meer belangen dan enkel die van de aandeelhouders, terwijl onder het Anglo-Amerikaanse (shareholder) model de belangen van aandeelhouders voorop staan. De twee modellen komen hierna in grote lijnen aan bod.2 De grenzen die aandeelhouders in Nederland, Engeland en Duitsland ondervinden bij de uitoefening van hun rechten zijn in grote mate terug te voeren op de modellen. Deze grenzen komen uitgebreid aan bod in paragraaf 2.7.
Het Rijnlandse model wordt traditioneel aangehangen in Nederland, evenals in Duitsland bij de Aktiengesellschaft (de Duitse naamloze vennootschap). De vennootschap wordt gezien als een samenwerkingsverband tussen alle stakeholders van de vennootschap.3 Een vennootschap bestaat niet enkel voor haar aandeelhouders. Het bestuur van de vennootschap moet ook belangen van andere stakeholders behartigen. Een stakeholder betekent niets anders dan een (direct of indirect) belanghebbende van de vennootschap: “any group or individual that can affect or is affected by the achievement of an organisation’s objectives.”4 In het kader van een preventieve herstructurering moet, naast de vennootschapsorganen en de leden daarvan, worden gedacht aan schuldeisers en werknemers. Zij in het bijzonder kunnen gevolgen ondervinden als de vennootschap ernstige financiële problemen heeft.
In Engeland, evenals de Verenigde Staten,5 zet het Anglo-Amerikaanse shareholder model traditioneel de toon. Dit model geldt, zoals hierna zal blijken, ook bij een Duitse GmbH. Een vennootschap is in dit model een instrument gericht op het behalen van zo veel mogelijk winst,6 of in andere bewoordingen: maximalisatie van de aandeelhouderswaarde. De focus ligt op het financiële gewin.7 Het shareholder model in zijn originele vorm is gestoeld op de gedachte van shareholder primacy.8 De shareholder primacy theorie is in de Verenigde Staten in de jaren dertig ontstaan en gaat ervan uit dat (de bestuurders van) een vennootschap enkel besluiten neemt (nemen) ten behoeve van de aandeelhouders. Een vennootschap bestaat om de belangen van aandeelhouders te dienen en zo veel mogelijk waarde voor aandeelhouders te genereren, vanuit de gedachte dat de aandeelhouders (economisch) eigenaar van de vennootschap zijn en bovendien residual claimants zijn (zie par. 2.3.3-2.3.4).9 Dit laatste wil zeggen dat de aandeelhouders slechts een residual claim hebben, een voorwaardelijke aanspraak op het vermogen van de vennootschap, zowel bij een vereffening van het vermogen als daarbuiten. De meeste Anglo-Amerikaanse auteurs hebben echter afscheid genomen van deze shareholder primacy.10 Een onbeperkt aandeelhoudersprimaat bestaat dan ook vandaag de dag niet in Engeland. Zoals hierna zal blijken, is in Engeland ook aandacht voor belangen van andere stakeholders.11
2.2.3.1 De modellen nader beschouwd