De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.9.2:I.3.9.2 Voorstel over de parlementaire immuniteit (1937)
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.9.2
I.3.9.2 Voorstel over de parlementaire immuniteit (1937)
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285003:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1936/37, 105, ondernummer 13.
De Tweede Kamer stemde met 56 stemmen voor en 40 tegen in. Handelingen II 1936/37, 50, p. 1588.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1937 lag er nog een voorstel voor in tweede lezing. Het betrof een voorstel over de parlementaire immuniteit.1 De regering had een voorstel van de staatscommissie overgenomen waarbij de immuniteit kon worden opgeheven. Ook dit voorstel valt te plaatsen tegen de achtergrond van het opkomende communisme en nationaalsocialisme. Enkele leden in de Tweede Kamer hadden bezwaren tegen een onderdeel van het voorstel dat de immuniteit kon worden opgeheven bij opruiing. In de eerste lezing was er een amendement van het lid Donker (SDAP) om dit onderdeel uit het voorstel te halen. Donker vond wel dat de parlementaire immuniteit kon worden ingeperkt, waar het ging om schending van geheimhoudingsplichten door parlementariërs.2 Het amendement-Donker kreeg geen meerderheid. Het voorstel doorstond de eerste lezing.3 Dat was echter niet het geval in de tweede lezing, waarin de SDAP net zoals in eerste lezing tegen het voorstel stemde, evenals de partijen die ook stemden tegen het voorstel omtrent de revolutionaire volksvertegenwoordigers, zie hiervoor.