Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/7.1:7.1 Het begrip 'waarde van de onderneming'
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/7.1
7.1 Het begrip 'waarde van de onderneming'
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS351686:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Niet zelden wordt in de praktijk relatief gemakkelijk over de 'objectieve' waarde van een zaak of een onderneming gesproken. Een sprekend voorbeeld hiervan is een advertentie in NRC-Handelsblad van 28 juni 1994 waarin de ABN-AMRO Bank de ondernemer op de diverse aspecten die verbonden zijn aan het begrip 'waarde' wijst. Wij lezen als volgt: `... Wat is uw bedrijf waard? Soms meer dan u denkt, soms minder want waarde is een subjectief begrip. Een strategische koper wil en kan meer betalen dan uw eigen zoon of dochter. Uiteraard wordt de waarde van de zaak ook bepaald door een groot aantal concrete factoren. Laat daarom uw ABN-AMRO adviseur eens de "objectieve" waarde van uw zaak berekenen. Dat is hoogstwaarschijnlijk niet het bedrag dat u er uiteindelijk voor krijgt, maar wel een goed vertrekpunt bij onderhandelingen.
... Wie kan dat betalen? Wat een bedrijf waard is, is ook een kwestie van vraag en aanbod. En soms simpelweg door wat uw opvolger kan betalen.'
De vraag die opkomt naar aanleiding van deze advertentie is of de waarde van een onderneming op een volstrekt objectieve wijze kan worden bepaald. Dit is op zichzelf een vraagstuk van de bedrijfseconomie doch ook het fiscale begrip bedrijfswaarde neemt als uitgangspunt de overnemingswaarde van de onderneming als geheel. Traditioneel definieert de Hoge Raad dit begrip als volgt: de waarde welke een verkrijger bij overneming van de gehele onderneming zou toekennen aan het afzonderlijke activum, indien hij zou uitgaan van de overnemingswaarde van het geheel en voornemens zou zijn de uitoefening van de onderneming voort te zetten. Vervolgens doemt natuurlijk de vraag op hoe de overnemingswaarde van een onderneming kan worden bepaald. Daarbij dient aansluiting te worden gezocht bij de waarderingsregels zoals die gehanteerd worden in de bedrijfshuishoudkunde en de accountancy. De Wet op de inkomstenbelasting 1964 of de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bieden hierbij namelijk geen oplossing. Nergens wordt omschreven op welke wijze de overnemingswaarde van een onderneming moet worden bepaald. Geconstateerd moet dan ook worden dat in het fiscale recht geen zelfstandige waardebepalingsregels bestaan met betrekking tot de bepaling van de overnemingswaarde van een onderneming. Het is dan ook begrijpelijk dat bedrijfseconomische beginselen als het ware de fiscale wetgeving 'binnensluipen'. Vragen die daarbij tot op de dag van vandaag spelen: Kan de waarde van een onderneming op een volstrekt objectieve manier worden bepaald? Bestaan er betrouwbare prognoses inzake de verwachte toekomstige kasstroom- annex winstontwikkeling van een onderneming, mede gebaseerd op gegevens uit het verleden?