Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/7.0:Introductie
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/7.0
Introductie
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS349188:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
W.G.M. Holterman, De waardering van niet genoteerde aandelen, theorie en cases, dissertatie, 1993, Rijksuniversiteit Groningen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de voorgaande hoofdstukken is regelmatig stilgestaan bij het begrip 'bedrijfswaarde'. Diverse definities zijn de revue gepasseerd en vanuit verschillende gezichtshoeken is naar de inhoud van dit begrip gekeken. Dit hoofdstuk richt de aandacht in het bijzonder op de bedrijfswaarde vanuit het bedrijfseconomische perspectief bezien. Allereerst wordt stilgestaan bij het onderscheid tussen de begrippen waarde en prijs, termen die in de praktijk regelmatig tot verwarring leiden omdat ze nogal eens door elkaar worden gebruikt. Vervolgens wordt gekeken naar de werking van het prijsmechanisme.
Diverse waarderingsmethoden van ondernemingen zullen aan de orde komen, waarbij veel plaats is ingeruimd voor de zogenaamde `discounted cash flow'-methode (ook wel afgekort als DCF-methode), een methode met de pretentie volstrekt objectief te zijn. Bij deze methode wordt de waarde van een onderneming primair ontleend aan een discontering van de verwachte toekomstige (vrije) kasstromen.
De discussie aangaande de rol van bedrijfswaarde c.q. marktwaarde in de jaarrekening die op dit moment nogal in de schijnwerper staat kan zeker niet achterwege blijven in de context van dit hoofdstuk. Ook wordt in ruime mate aandacht besteed aan de waardering van niet genoteerde aandelen (waarbij de gelijknamige dissertatie van Holterman1 een prominente plaats zal innemen). Dit hoofdstuk sluit af met het antwoord op de vraag: In hoeverre kunnen bedrijfseconomische inzichten met betrekking tot de waardebepaling van ondernemingen invloed uitoefenen op het fiscaalrechtelijke begrip bedrijfswaarde?