Wijziging van beperkte rechten
Einde inhoudsopgave
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/3.4.2.9:3.4.2.9 Conclusie
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/3.4.2.9
3.4.2.9 Conclusie
Documentgegevens:
mr. K. Everaars, datum 01-12-2020
- Datum
01-12-2020
- Auteur
mr. K. Everaars
- JCDI
JCDI:ADS254178:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
402. In deze paragraaf stond de verlegging van een erfdienstbaarheid centraal. Onderscheid moet worden gemaakt tussen een juridische verlegging en een feitelijke verlegging. Dat vloeit niet alleen voort uit de parlementaire geschiedenis, maar sluit ook aan bij het systeem van wijziging van de inhoud van beperkte rechten, zoals besproken in paragraaf 3.2. Bij een feitelijke verlegging is geen sprake van een wijziging van de inhoud van een erfdienstbaarheid. Er wordt slechts gebruik gemaakt van de speelruimte die de akte van vestiging biedt. De wijziging is vergelijkbaar met een toepassing van bestaande vestigingsvoorwaarden als het gaat om een meerzijdige wijziging van de inhoud van een beperkt recht door partijen. Bij een juridische verlegging is wel sprake van een wijziging van de inhoud van een erfdienstbaarheid. Anders dan tot nu toe in de literatuur werd aangenomen, is van een eenzijdige rechtshandeling mijns inziens geen sprake. Art. 5:73 lid 2 BW behelst een medewerkingsplicht voor de eigenaar van het heersende erf aan een juridische wijziging van de erfdienstbaarheid. Die wijziging geschiedt via art. 3:98 jo. art. 3:84 BW en komt dus meerzijdig tot stand. Zonder inschrijving van een notariële wijzigingsakte in de openbare registers, is de erfdienstbaarheid in goederenrechtelijke zin niet verlegd. De verlegging werkt dan alleen tussen partijen.