Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.3.7
6.8.3.7 Notariële akte voor de oprichting van een OVR of de verkrijging van rechtspersoonlijkheid
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395536:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Slagter zegt hierover het volgende: 'Deze eis [de eis van de notariële akte: In wordt terecht gesteld, omdat deze ook geldt voor alle andere rechtspersonen (behalve het EESV)'. Zie: Groene Serie Personenassociaties, Hoofdstuk I, paragraaf 2. Ook De Monchy heeft geen bezwaar tegen de notariële akte. Zie: C.W. de Monchy (2003), 'Nieuwe omzettingen in het vennootschapsrecht', Ondernemingsrecht 2003/4, blz. 124-132.
Kamerstukken II, 2002-2003, 28 746, nr. 3 en Kamerstukken II, 2008-2009, 31 065, nr. 15, blz. 6. Het in schrift onder woorden brengen van de vennootschapsovereenkomst zou (zelfs) lastiger zijn dan de statuten van een BV, waardoor de hulp van een notaris gewenst zou zijn. Zie: V.A.E.M. Meijers (2001), 'Personenvennootschappen nieuwe stijl', WPNR/6462, blz. 882-886.
Vgl: Mohr, A.L. et al. (2003a), supra noot 211, blz. 65.
Volgens Mohr is de notariële akte dan ook niets anders dan veel rompslomp, kosten en werkverschaffing (A.L. Mohr et al. (2003a), supra noot 211, blz. 65). Zie ook: het verslag van de discussie (2) hierover in A.L. Mohr et al. (2003a), supra noot 211, blz. 222-224.
Blanco Femández, J.M. (2003), 'De rechtssubjectiviteit van de openbare vennootschap', WPNR/6549, blz. 752-759.
Verordening (EEG) Nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (EESV).
Vgl: Boschma, H.E. en J.B. Wezeman (2004), supra noot 134, blz. 168-185 en M. van Olffen (2003), 'De openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid. Verkrijgen en opgeven van rechtspersoonlijkheid. verhouding met Boek 2 BW', WPNR/6524, blz. 218-226 en M.J.G.C. Raaijmakers (2009), supra noot 285, blz. 70-81. Ook VNO-NCW heeft in haar brandbrief van 15 oktober 2008 te kennen gegeven de notariële akte een te zware eis te vinden (zie: punt 4 van de acht punten die genoemd worden).
Raaijmakers, M.J.G.C. (2003b), supra noot 18, blz. 246-253.
Het verplicht stellen van een notariële akte voor de oprichting van de OVR (rechtspersoon) of het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid is conform de regeling bij de vennootschappen uit Boek 2 BW.1 De vraag rijst of dit vereiste voor een OVR wel noodzakelijk is en of er eventueel ook gekozen kan worden voor een andere optie. De argumenten van de minister voor de verplichtstelling van een notariële akte zijn: (1) de professionele begeleiding van een notaris bij het ontstaan van een rechtspersoon is gewenst en (2) de notaris kan controle uitoefenen op de wijze van de inbreng in de rechts+
persoon.2 Dit laatste argument is in veel gevallen niet van belang omdat over het algemeen (in ieder geval vaak bij de oprichting) slechts arbeid wordt ingebracht.3 Daarnaast zal de inbreng pas plaatsvinden nadat de rechtspersoonlijkheid is verworven. Een notariële akte is derhalve geen verzekering dat de inbreng ook daadwerkelijk plaatsvindt, waardoor het tweede argument van de minister voor een notariële akte wegvalt.4 Bij het nut van de (professionele) begeleiding bij de oprichting van de notaris kunnen ook vraagtekens worden gezet. Door amendering van Wetsvoorstel Titel 7.13 dient de notariële akte alleen nog de naam, de zetel en het doel van de vennootschap te bevatten. De notaris is niet verplicht zich te bemoeien met de inhoud van de vennootschapsovereenkomst, behalve dat hij dient te checken dat in de overeenkomst is opgenomen dat de vennootschap een rechtspersoon is. Het is de vraag of gelet op de beperkte inbreng van de notaris de kosten van de notariële akte niet een te grote drempel opwerpen tegen het gebruik van de OVR als rechtsvorm. Zeker bij startende ondernemers zijn de oprichtingskosten belangrijk. Uit kostenoogpunt kunnen ondernemers de tussenkomst van de notaris tot het minimum beperken. De meerwaarde van de door de minister noodzakelijk geachte begeleiding door de notaris is dan afwezig en de vereiste notariële akte is dan een nodeloze kostenpost.
Bij de rechtspersonen uit Boek 2 BW wordt de verplichte notariële akte geplaatst tegen de achtergrond van misbruik van deze rechtssubjecten. Door de notariële akte zouden deze deelnemers aan het rechtsverkeer geïdentificeerd kunnen worden. Bij de informele vereniging met rechtspersoonlijkheid die zonder notariële akte kan worden opgericht, vindt het recht, volgens Blanco Femández, in de hoofdelijke verbondenheid van de handelende personen een afdoende alternatieve garantie voor de identificatie van de in het verkeer optredende entiteit (artikel 2:30 lid 2 BW).5 Ook bij het Europees Economisch Samenwerkingsverband (EESV)6 is sprake van rechtspersoonlijkheid in combinatie met hoofdelijke aansprakelijkheid van de leden en hoeft er bij de oprichting geen notaris aan te pas te komen. Aangezien de vennoten ook bij de OVR onbeperkt aansprakelijk zijn, zou voor de oprichting in plaats van aan te sluiten bij de formaliteiten van de rechtspersonen die beperkte aansprakelijkheid bieden, beter aangesloten kunnen worden bij de formaliteiten van een informele vereniging en het EESV. Sommigen vinden de notariële akte dan ook overbodig en hebben gepleit voor heroverweging door de wetgever van deze verplichting.7 In plaats van een notariële akte zouden bijvoorbeeld bruikbare praktijkmodellen kunnen worden ontwikkeld8 of het Wetsvoorstel Titel 7.13 zou rechtspersoonlijkheid van rechtswege moeten voorschrijven. Hierdoor zou rechtszekerheid geen notariële akte meer vereisen zodat derden kunnen vertrouwen op het bestaan van de rechtspersoonlijkheid. Ook zou geopteerd kunnen worden voor een systeem dat uit het handelsregister blijkt dat de vennoten zijn overeengekomen dat de vennootschap al dan niet rechtspersoonlijkheid heeft. Dit kan door verplichte deponering van de vennootschapsovereenkomst dan wel door een verplichte verklaring daaromtrent. Mijns inziens wordt de rechtszekerheid die de notariële akte volgens de minister beoogt, niet bereikt. Vennootschappen die meer specifiek advies nodig hebben, zouden daarvoor zelf kunnen kiezen. Door het achterwege laten van de verplichte notariële akte kunnen de kosten voor oprichting van een OVR worden teruggedrongen. De vraag is of ook bij het vereiste van de notariële akte voor de oprichting van de OVBA vraagtekens kunnen worden gezet? Of gooit de beperkte aansprakelijkheid van de vennoten bij de OVBA roet in het eten?