Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/5.4:5.4 Procesrechtelijke inkadering en alternatieve hordes
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/5.4
5.4 Procesrechtelijke inkadering en alternatieve hordes
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233775:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Tushnet 2002, p. 12-13; Tushnet 2007, p. 50-56.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat de political question-doctrine op zichzelf niet raakt aan de rechterlijke remedie, maar aan de voorvraag of de rechter zich wel of niet over het voorgelegde geschil zou moeten uitlaten, vindt bevestiging in de wijze waarop het Hooggerechtshof de doctrine procesrechtelijk heeft ingekaderd. Daarbij doel ik niet zozeer op de aard en formulering van de Baker-factoren, maar eerst en vooral op de koppeling van de doctrine aan het leerstuk van justiciability.1 Voor een volledig begrip van de political question-doctrine is ook een goed begrip van dat leerstuk van belang. Zoals hierna zal blijken, vormt dit leerstuk tegelijkertijd de opmaat voor andere hordes die moeten worden genomen voordat de Amerikaanse federale rechter aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil toekomt.
5.4.1 Het leerstuk van justiciability nader bezien5.4.2 Standing5.4.3 Mootness5.4.4 Ripeness