Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.2.2.2
6.2.2.2 Vergelijking met een political question-doctrine
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233789:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Stolker 2019.
HR 9 oktober 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2735, NJ 1998/853 (Jeffrey).
Vgl. ook Schutgens 2009a, p. 19-23.
Zie in dezelfde zin Uzman en Boogaard 2016a, p. 8: ‘Evenmin biedt de ontvankelijkheidsjurisprudentie op dit punt uitkomst. Integendeel, de relatief ruime mogelijkheid om algemeen belang-acties aan de rechter voor te leggen, maakt dat met name de burgerlijke rechter geregeld met kwesties geconfronteerd wordt die in meer of mindere mate een politiek karakter dragen.’ Zie over de keerzijde daarvan bijv. Schlössels 2015, p. 831: ‘Een zeer ruime bevoegdheid en een niet al te hoge ontvankelijkheidsdrempel stelt de inhoudelijke beoordeling, de wijze van toetsing en uiteindelijk de legitimiteit van de 'gewone' rechtspraak […] stevig op de proef.’
Hiervoor is gebleken dat de bevoegdheid van de burgerlijke rechter een eenvoudig te nemen horde is. Hetzelfde geldt voor het vereiste uit artikel 3:303 BW dat eiser voldoende belang moet hebben. Uitgangspunt is dat een dergelijk belang steeds aanwezig is. Komt een burger op voor zijn eigen, individuele belangen, dan wordt verondersteld dat hij een voldoende belang heeft.1 Alleen in uitzonderlijke situaties kan dit anders zijn, bijvoorbeeld wanneer een burger uitsluitend opkomt voor een zuiver emotioneel belang.2 Daarnaast is het op grond van artikel 3:305a BW mogelijk om via belangenorganisaties algemene en meer ideëel getinte belangen van een bepaalde groep of de samenleving aan de rechter voor te leggen.
Het uitgangspunt dat een voldoende belang steeds wordt geacht aanwezig te zijn en de mogelijkheid om via belangenorganisaties op te komen voor algemene, meer ideëel getinte belangen van een groep of de samenleving, maken de toegang tot de burgerlijke rechter zeer ruim. Dit geldt temeer in combinatie met de keuze van de Hoge Raad voor de objectum litis-leer.3 Voor dit onderzoek betekent dit dat de ontvankelijkheidsvoorwaarden bij de burgerlijke rechter in beginsel evenmin een handvat kunnen bieden om geschillen met een politieke dimensie op voorhand buiten de deur te houden.4