Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.1:2.1 Inleiding
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193783:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hierbij doel ik niet op een beleggingsinstelling zoals gedefinieerd in art. 1:1 Wft (dus op een abi) maar op beleggingsinstellingen in brede zin. Zoals Zetzsche en Preiner (2015) stellen, is een beleggingsinstelling geen juridisch begrip maar een begrip dat is gevormd in de praktijk (Zetzsche en Preiner (2015) paragraaf 1).
Van Praag (2017a, paragraaf 2.2.1) geeft een uitgebreide definitie van toezicht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om de icbe-regelgeving te kunnen plaatsen is het van belang om inzicht te hebben in de belangrijkste kenmerken en karakteristieken van een icbe. In dit hoofdstuk beschrijf ik deze kenmerken en zet ik de belangrijkste terminologie uiteen. Niet alleen is dat van belang om een antwoord te kunnen geven op de hoofdvraag van dit onderzoek, ook is het van belang om de volgende hoofdstukken te kunnen plaatsen. In de volgende hoofdstukken wordt frequent verwezen naar begrippen en terminologie die ik in dit hoofdstuk nader uiteenzet.
Een icbe is een species van de genus beleggingsinstelling.1 In paragraaf 2.2 wordt daarom kort stilgestaan bij de beleggingsinstelling. De derde paragraaf van dit hoofdstuk bevat een introductie van de partijen die betrokken zijn bij een icbe, te weten de beheerder, de bewaarder, de deelnemers en de icbe zelf. In hoofdstuk 4, 5 en 6 wordt uitvoerig ingegaan op de vereisten die gesteld zijn in de icbe-regelgeving aan een icbe, de beheerder van een icbe en de bewaarder van een icbe. Desalniettemin is het relevant om het samenspel van deze partijen en de onderlinge relatie tussen de partijen apart te beschrijven. Paragraaf 2.4 is gewijd aan de toezichthouder. Binnen het financieel toezichtrecht neemt de toezichthouder een belangrijke plek in als partij die de vergunning verstrekt, doorlopend beoordeelt of regels worden nageleefd en handhavingsmaatregelen mag opleggen.2 Een onderzoek naar de effectiviteit van financieel toezichtrecht behoeft daarom een beschrijving van de toezichthouder. De paragrafen daarna beschrijven de juridische vormen die een icbe kan aannemen en de meest relevante fiscale aspecten. Zowel de juridische vormen als de fiscale aspecten zijn voor de praktijk van groot belang. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk plaatst de Icbe-Richtlijn in breder perspectief.
De Icbe-Richtlijn staat niet op zichzelf binnen het Europese financieel toezichtrecht en voor een goed inzicht in de Richtlijn is de Europese context onontbeerlijk.