Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.8:2.8 Conclusie
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.8
2.8 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193533:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zetzsche (2017), p. 36. Zetzsche (2015), paragraaf 4.2.
Daarnaast kunnen icbe’s ook een bewaarder hebben die het vermogen van de icbe ten titel van beheer houdt. Deze bewaarders spelen een rol in de wijze waarop icbe’s rechtens geregeld zijn. Zoals beschreven in paragraaf 2.3.3 is de juridische vorm van de icbe niet voorgeschreven en zijn hier ook geen nadere eisen aan gesteld.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste kenmerken van een icbe beschreven. Allereerst is beschreven wat een beleggingsinstelling kenmerkt. Al is er in de literatuur niet een standaarddefinitie, wel komen telkens dezelfde elementen terug. Het gaat hierbij om het collectieve karakter van de beleggingsinstelling, de opzet met een aparte beheerder, het oogmerk om te beleggen en niet te ondernemen en het poolen van de activa. Een icbe is een bijzonder type beleggingsinstelling en is nader gedefinieerd in de Icbe-Richtlijn. Alleen beleggingsinstellingen die aan bepaalde vereisten voldoen, kwalificeren als icbe. Zo mag een icbe alleen in bepaalde activa beleggen, dient zij aan bepaalde spreidingsregels te voldoen en een open-end karakter te hebben. Dat wil zeggen dat de icbe de deelnemingsrechten dient in te kopen op verzoek van de deelnemers.
De beheerder, de bewaarder, de deelnemers en de toezichthouder zijn de belangrijkste partijen die betrokken zijn bij een icbe. Zetzsche spreekt van een driehoeksrelatie tussen de bewaarder, de beheerder en de deelnemers.1 Dit noemt hij de beleggingsdriehoek. De icbe neemt in het midden van de driehoek een centrale plaats in. De beheerder voert de beheertaken van de icbe uit. Deze taken zijn het beheer van beleggingen, de administratie en de distributie van de deelnemingsrechten. De bewaarder neemt de activa van de icbe in bewaring en de deelnemers vertrouwen hun kapitaal toe aan de icbe.2
De drie partijen staan ook in relatie met elkaar. De bewaarder monitort de acties van de beheerder. De beheerder verzorgt beleggingsinhoudelijke rapportages voor de deelnemers en staat in contact met de deelnemers. De relatie tussen de deelnemers en de bewaarder wordt gevormd door de rol van transfer agent die de bewaarder doorgaans op zich neemt. Dat wil zeggen dat de bewaarder een overzicht bijhoudt van de eigenaren van de deelnemingsrechten en ervoor zorgt dat wijzigingen hierin op juiste wijze plaatsvinden.
De Icbe-Richtlijn biedt een lidstaat drie opties om een icbe rechtens vorm te geven. Een icbe kan worden opgezet als beleggingsmaatschappij, als contractueel beleggingsfonds en als unit trust. Een beleggingsmaatschappij is in de Icbe-Richtlijn gedefinieerd als een instelling geregeld bij statuten. Over een contractueel beleggingsfonds is alleen opgenomen dat het geregeld is bij overeenkomst. Een verdere uitwerking van deze termen is niet in de Richtlijn opgenomen. Het gevolg van deze beperkte omschrijving is dat lidstaten veel vrijheid hebben bij het inrichten van de juridische structuur van de icbe. Ten aanzien van deelnemersbescherming is het van belang dat de juridische vorm zorgt voor beperkte aansprakelijkheid van de deelnemers en voor vermogensscheiding. Dit zijn echter geen vereisten die volgen uit de Icbe-Richtlijn. Het zou wel wenselijk zijn om dit op te nemen zodat gegarandeerd wordt dat alle icbe’s, ongeacht de lidstaat van herkomst, aan deze voorwaarden voldoen. Aan deze voorwaarden voldoen de juridische vormen die een icbe kan aannemen in de drie onderzochte lidstaten overigens wel. De relevantie van de juridische structuur voor het bieden van beleggersbescherming is voor het overige beperkt. Daarover is de literatuur eensgezind.
De juridische vorm is in de praktijk wel van groot belang gezien de fiscale consequenties die eraan verbonden zijn. Een icbe wordt met verscheidene belastingen geconfronteerd. De belangrijkste zijn de vennootschaps- of winstbelasting en de belasting op inkomen dat voortvloeit uit beleggingen van de icbe. De onderzochte lidstaten hebben specifieke bepalingen opgesteld ten aanzien van de vennootschaps- of winstbelasting waardoor dubbele belastingheffing wordt voorkomen. De verschillen tussen de lidstaten in hoe om wordt omgegaan met belasting op inkomen uit beleggingen zijn groot. Deze verschillen kunnen materiële gevolgen hebben voor de resultaten van icbe’s al naargelang de juridische vorm en de lidstaat van herkomst. Dit hindert de integratie van de markt.
De Icbe-Richtlijn is niet de enige Europese regelgeving die van belang is voor icbe’s en beheerders van icbe’s. Om te bepalen of deelnemers in icbe’s adequaat en uniform beschermd worden, zijn ook andere Richtlijnen en Verordeningen van belang. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste Richtlijnen en Verordeningen aangestipt. De belangrijkste conclusie is dat enkele specifieke onderwerpen en risico’s buiten de icbe-regelgeving om geadresseerd zijn. Verplichtingen ten aanzien van distributie van deelnemingsrechten zijn niet in de Icbe-Richtlijn opgenomen maar in MiFID II en IDD. Deze Richtlijnen zijn echter niet van toepassing op beheerders en distributie van deelnemingsrechten door de beheerder van de icbe is daardoor nagenoeg ongereguleerd. Dit is een lacune in de wetgeving. Specifieke beleggingsinstrumenten en technieken zoals derivaten en securities lending kennen eigen verplichtingen. De risico’s die eigen zijn aan deze instrumenten en technieken worden zo op afzonderlijke wijze geadresseerd door de regelgever.