Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort
Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.10.2.1:8.10.2.1 Ogem
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.10.2.1
8.10.2.1 Ogem
Documentgegevens:
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180384:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Breda 10 juni 1997, ECLI:NL:RBBRE:1997:AG3105, JOR 1997/95, m.nt. S.C.J.J. Kortmann (Van Gils).
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 13 juli 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AR5637, JOR 2004/292 (Van Gils).
Hoge Raad 10 januari 1990, r.o. 9.1 tot en met 9.3, ECLI:NL:HR:1990:AC1234, NJ 1990, 466, m.nt. J.M.M. Maeijer (Ogem II).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de uitspraken van de Rechtbank Breda1 en het Gerechtshof ’s- Hertogenbosch2 inzake Van Gils, waarbij de groepsadministratieplicht aan de orde was, werd verwezen naar het arrest van de Hoge Raad inzake Ogem, in verband met de overwegingen over de reikwijdte van de bestuurstaak van het groepshoofd, of wel de concernleidingsplicht.3
De Hoge Raad overwoog dat de Ondernemingskamer er terecht vanuit is gegaan dat de bestuurstaak van de raad van bestuur bij Ogem Holding, als leiding van het Ogem-concern, zich mede uitstrekte tot de tot het concern behorende ondernemingen. De Hoge Raad betrok in zijn overwegingen ook het feit dat sprake was van een personele unie tussen de raad van bestuur van Ogem Holding en Ogem B.V. en dat de raad van bestuur van Ogem Holding richtlijnen en aanwijzingen kon geven aan het bestuur van een andere groepsmaatschappij, Omega, met betrekking tot het te voeren beleid. Daarbij was relevant dat dat bestuur van Omega zich hieraan moeilijk kon onttrekken omdat de raad van bestuur van Ogem Holding de macht had in te grijpen door leden van het bestuur van Omega te doen ontslaan of vervangen door een directie die zich wel zou voegen naar de door of vanwege de concernleiding verstrekte richtlijnen en aanwijzingen. De Hoge Raad oordeelde dat de Ondernemingskamer terecht ervan is uitgegaan dat de bestuurstaak van de raad van bestuur van Ogem Holding als leiding van het Ogem-concern zich mede uitstrekte tot de tot het Ogem-concern behorende kleindochter Omega.
Meer algemeen gesteld kan uit het Ogem-arrest worden afgeleid dat de bestuurstaak van de raad van bestuur van een groepshoofd zich mede uitstrekt tot de tot de groep behorende vennootschappen en rechtspersonen. Relevante omstandigheden hierbij kunnen zijn het bestaan van een personele unie tussen de moedermaatschappij en een of meer van de groepsmaatschappijen als ook het bestaan van een instructiebevoegdheid met daaraan gekoppeld de macht in te grijpen wanneer de instructies door groepsmaatschappijen niet worden nageleefd.