Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.3.14:6.8.3.14 Omzetting van een OVR in een BV
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.3.14
6.8.3.14 Omzetting van een OVR in een BV
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS397908:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2002-2003, 28 746, nr. 3, blz. 65.
Kamerstukken II, 2002-2003, 28 746, nr. 3, blz. 61.
Raaijmakers, M.J.G.C. (2003b), supra noot 18, blz. 246-253.
Mohr, A.L. et al. (2003a), supra noot 211, blz. 125.
Artikel 7:834 lid 2 sub a Wetsvoorstel Titel 7.13.
Artikelen 7:834 lid 2 sub a en 7:835 lid 2 sub a Wetsvoorstel Titel 7.13.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De omzetting van een OVR in een BV kan voor schuldeisers van groot belang zijn omdat het een overgang van het aansprakelijkheidsregime teweegbrengt. In het Wetsvoorstel Titel 7.13 is een regeling voor de aansprakelijkheid van de vennoten van de om te zetten OVR opgenomen die aansluit bij de aansprakelijkheid van een uittredende vennoot. Dit betekent dat de (voormalige) vennoten van de OVR na omzetting in een BV, gedurende een termijn van vijf jaar aansprakelijk blijven voor verbintenissen die zijn ontstaan vóór het moment van omzetting. Deze verjaringstermijn vangt aan op de dag waarop de omzetting in het handelsregister wordt ingeschreven (artikel 7:834 lid 7 Wetsvoorstel Titel 7.13). Als een verplichting van de rechtspersoon eerst na de omzetting opeisbaar wordt, gaat de verjaringstermijn pas op dat tijdstip lopen. De schuldeiser kan de termijn van vijf jaren verlengen door de verjaring te stuiten. Voor de omzetting van een OVR in een BV is verder op grond van artikel 7:834 lid 2 Wetsvoorstel Titel 7.13 een rechterlijke machtiging nodig. In de memorie van toelichting valt hierover te lezen dat deze verplichting is ingegeven door het wezenlijk verschillende karakter1 van de OVR en de BV en vanwege de eigenaardigheden die aan een dergelijke omzetting inherent zijn.2 Volgens de minister is dit verschillende karakter onder andere het gevolg van het andere aansprakelijkheidsregime en van de beschikkingsgebondenheid van het vermogen bij de OVR ten opzichte van de overdraagbaarheid van een aandeel in een BV. Raaijmakers vraagt zich af of voor de bescherming van de belangen van de vennoten, niet met het notarieel toezicht kan worden volstaan.3 Hij stelt voor dat de regeling van de rechterlijke machtiging wordt vervangen door aansluiting bij de contractuele en wettelijke regeling voor uittreding en uitstoting uit de OVR. Ook Mohr is deze mening toegedaan.4 De vennoten dienen voor de omzetting een overeenkomst tot omzetting aan te gaan of een besluit tot omzetting te nemen.5 Voor het besluit tot omzetting van een OVR in een BV en omgekeerd, is op grond van artikel 7:834 lid 2 Wetsvoorstel Titel 7.13 ten minste een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen vereist. Indien voor de wijziging van de vennootschapsovereenkomst een zwaarder vereiste is gesteld, zal dat vereiste gelden.6 Wat zouden deze OVR-BV omzetregelingen kunnen betekenen voor de OVBA? Moet er voor het verkrijgen van beperkte aansprakelijkheid van de OV en de OVR ook een rechterlijke machtiging worden voorgeschreven? En hoe zit het met de belangen van de schuldeisers?