Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/4.3.3.1:4.3.3.1 De twee argumenten van de Hoge Raad
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/4.3.3.1
4.3.3.1 De twee argumenten van de Hoge Raad
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973581:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Hoge Raad baseert zijn overwegingen ten faveure van de toepassingsregel op twee argumenten. In de eerste plaats overweegt de Hoge Raad dat art. 6:89 BW ertoe strekt de schuldenaar die een prestatie heeft verricht,te beschermen. Daaruit is a contrarioaf te leiden dat de schuldenaar die niet presteert, de bescherming van art. 6:89 BW niet zou verdienen. De Hoge Raad onderbouwt echter niet waarom dat zo is. In de tweede plaats wijst de Hoge Raad op de bewoordingen van art. 6:89 BW, waarin over een ‘gebrek in de prestatie’ wordt gesproken. Ik bespreek deze argumenten hierna afzonderlijk.