Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1204
Varen onder invloed in motortankschip op Westerschelde (art. 27.2.a Scheepvaartverkeerswet) en zich onvoldoende bereikbaar houden via marifoon (art. 54 lid 1 Scheepvaartreglement Westerschelde 1990). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM, omdat verdachte onrechtmatig is aangehouden door verkeersleider, art. 359a Sv. Kon hof oordelen dat aanhouding van verdachte niet onrechtmatig was en dus geen vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv oplevert? 2. Bewijsklachten varen onder invloed. Had uitslag van ademanalyseonderzoek van bewijs moeten worden uitgesloten vanwege onrechtmatigheid van aanhouding? 3. Verweer t.a.v. onvoldoende bereikbaar houden via marifoon strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM, omdat niet blijkt dat is voldaan aan voorwaarden van Privacyreglement Verkeersregistratiesystemen Rijkswaterstaat, art. 359a Sv. Kon hof oordelen dat gestelde schending niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van OM? 4. Strafmotivering (geldboetes van € 1.500 en € 500 en vaarontzegging van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk). Is oplegging van vaarontzegging in strijd met art. 35b lid 1 Scheepvaartverkeerswet, wekt strafoplegging verbazing, kon hof gelet op overschrijding van redelijke termijn in hoger beroep kiezen voor andere strafmodaliteit (geldboete in plaats van taakstraf) en is strafoplegging eenduidig (wat betreft opgelegde geldboete van € 500)? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 04-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1629
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/02166
- Conclusie
A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1629, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:945, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑09‑2025
Essentie
Varen onder invloed in motortankschip op Westerschelde (art. 27.2.a Scheepvaartverkeerswet) en zich onvoldoende bereikbaar houden via marifoon (art. 54 lid 1 Scheepvaartreglement Westerschelde 1990). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM, omdat verdachte onrechtmatig is aangehouden door verkeersleider, art. 359a Sv. Kon hof oordelen dat aanhouding van verdachte niet onrechtmatig was en dus geen vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv oplevert? 2. Bewijsklachten varen onder invloed. Had uitslag van ademanalyseonderzoek van bewijs moeten worden uitgesloten vanwege onrechtmatigheid van aanhouding? 3. Verweer t.a.v. onvoldoende bereikbaar houden via marifoon strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.