Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1190
Intellectuele eigendom. Merkenrecht. Inbreuk op b-grond (verwarringsgevaar)?; beoordeling bestaan verwarringsgevaar indien t.a.v. c-grond (bescherming bekende merken) is geoordeeld dat publiek geen verband legt tussen merk en teken.
HR 07-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1654
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 november 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02599
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1654, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:870, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑05‑2024
- Wetingang
Art. 2.20 lid 2 sub b en sub c BVIE; art. 9 lid 2 sub b UMVo
Essentie
Intellectuele eigendom. Merkenrecht. Inbreuk op b-grond (verwarringsgevaar)?; beoordeling bestaan verwarringsgevaar indien t.a.v. c-grond (bescherming bekende merken) is geoordeeld dat publiek geen verband legt tussen merk en teken.
Samenvatting
Zodra tussen het beweerdelijk inbreukmakende teken en het ingeroepen merk een zekere, zelfs maar geringe, mate van overeenstemming wordt vastgesteld, moet worden beoordeeld of verwarringsgevaar bestaat (b-grond). Ook bij een geringe mate van overeenstemming kan toch verwarringsgevaar bestaan wegens de aanwezigheid van andere relevante factoren, zoals de algemene bekendheid of de reputatie van het ingeroepen merk. Het hof heeft dat echter niet miskend. Voor het kunnen vaststellen van gevaar voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.