Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.4.3.1:4.4.3.1 Adequaat payrollpensioen: gerechtvaardigd personeelsbeleid?
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.4.3.1
4.4.3.1 Adequaat payrollpensioen: gerechtvaardigd personeelsbeleid?
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943470:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2018/19, 35 074, nr. 3, p. 47 (MvT bij WAB).
Stb. 2019/487, p. 3 (Nota van toelichting).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande volgt dat payrollwerknemers wat betreft hun pensioen niet volledig gelijk behandeld worden als de werknemers van de inlener. Dit komt voort uit het feit dat om volledig gelijke behandeling te bereiken de payrollonderneming (zijnde de juridisch werkgever) zich bij verschillende pensioenuitvoerders zou moeten aansluiten, afhankelijk van de uitvoerder waar de inlener bij is aangesloten. De regering achtte dat een (te) forse administratieve last voor de payrollwerkgevers.1 Daarnaast zouden pensioenregelingen dan mogelijk moeten worden opengesteld voor werkgevers die zich buiten de sector bevinden waarop die regeling van toepassing is. De payrollonderneming, zijnde de werkgever, bevindt zich immers doorgaans niet in dezelfde sector als diens inleners. Het moeten openstellen van de pensioenregeling voor werkgevers buiten de sector zou in strijd zijn met de collectieve onderhandelingsvrijheid van de sociale partners, aldus de regering.2
Wederom geldt dat verplichte deelname aan de pensioenregeling van de inlener ook gevolgen kan hebben voor de keuzemogelijkheden van inleners. Teneinde het aantal regelingen te overzien, kunnen payrollondernemingen zich mogelijk gaan beperken tot bepaalde opdrachtgevers en daarom afscheid nemen van bepaalde sectoren of opdrachtgevers.
Ik merk op dat het juridisch werkgeverschap van de payrollonderneming de reden is dat volledig gelijke behandeling ten aanzien van het pensioen van payrollwerknemers niet mogelijk is. Voor ontzorging ten aanzien van de salarisadministratie lijkt het echter niet nodig dat de payrollonderneming het juridisch werkgeverschap op zich neemt. Of het juridisch werkgeverschap echter wel noodzakelijk is voor andere aspecten van de ontzorgingsfunctie van payrollondernemingen, zoals ontzorging in het kader van de re-integratie, komt in de volgende hoofdstukken aan bod. In het kader van de toetsing van het adequate payrollpensioen wordt daarom uitgegaan van een situatie waarin de payrollonderneming juridisch werkgever is. Gezien het hierboven besprokene is het niet aansluiten bij de pensioenregeling van de inlener voor de payrollonderneming, gezien de aard en context van de eigen activiteiten en de verwachtingen van opdrachtgevers, voor de payrollonderneming dus noodzakelijk voor het bereiken van legitieme doelstellingen.
Zoals bij toetsing van het pensioen van uitzendwerknemers werd overwogen, geldt dat aansluiting bij de pensioenfondsen van inleners voor payrollwerknemers kruimelpensioenen tot gevolg kan hebben. Ook voor de werknemer levert dit een onwenselijke administratieve last op. Voor de payrollwerknemer is, in tegenstelling tot voor uitzendwerknemers, wel voorzien in een adequate pensioenregeling met een werkgeversbijdrage die gelijk is aan de gemiddelde werkgeversbijdrage in Nederland. De werkgeversbijdrage in de regeling van de inlener kan hoger zijn, maar ook lager. Het payrollpensioen biedt daarnaast zekerheid en overzichtelijkheid. Dat de payrollwerkgever niet deelneemt aan dezelfde pensioenregeling als de inlener heeft zo geen disproportionele gevolgen voor de payrollwerknemer. De ongelijke behandeling die dit veroorzaakt is een gerechtvaardigd personeelsbeleid van de payrollwerkgever.