Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.3.4
6.8.3.4 Oprichtingsvereisten van een Amerikaanse LLP
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS400272:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In sommige staten, ongeveer 19, is het mogelijk dat een limited partnership (vergelijkbaar met de Nederlandse commanditaire vennootschap) opteert voor de LLP-status. Dit betekent dat er een LLLP ontstaat. Gelet op het marginale gebruik en de geringe betekenis van deze vorm laat ik een verdere bespreking van deze vorm achterwege.
Vgl: Bromberg, A.R. en L.E. Ribstein (2009), 'On Limited Liability Partnerships, the Revised Uniform Partnership Act, and the Uniform Limited Partnership Act (2001)', New York: Aspen Publishers, § 1.05(b). Ook de verplichting dat de meerderheid van de partijen het registratiedocument dient te ondertekenen, zoals opgenomen in verschillende statelijke regelingen, duidt hierop. A.R. Bromberg en L.E. Ribstein (2009), 'On Limited Liability Partnerships, the Revised Uniform Partnership Act, and the Uniform Limited Partnership Act (2001)', New York: Aspen Publishers, § 2.03(a)(6).
RUPA 1997, § 1001(c)(4).
Macey, J.R. (1995), 'The Limited Liability Company: Lessons for Corporate Law', 73 Washington University Law Quarterly, blz. 433-454.
De LLP is in de Verenigde Staten een subvorm van de GP en is derhalve geïntegreerd in het personenvennootschapsrecht. Over het algemeen gaan de LLP-regelingen ervan uit dat een partnership in een LLP kan worden omgezet.1 Dit impliceert dat er al een partnership moet bestaan en dat er dus technisch gezien niet een nieuwe vennootschap wordt opgericht.2 Er bestaat wel een verschil tussen enerzijds een GP die al enige tijd bestaat en waarvan de vennoten vanwege de onbeperkte aansprakelijkheid besluiten deze om te zetten in een LLP, en anderzijds een GP die voor enkele momenten bestaat om daarna direct in een LLP omgezet te worden (een split-second-GP). Indien de vennoten van meet af aan de intentie hebben om een LLP op te richten, zullen de afspraken die in de vennootschapsovereenkomst zijn opgenomen, afgestemd zijn op deze intentie om beperkte aansprakelijkheid van de vennoten te creëren.
In de Verenigde Staten worden met het oog op de bescherming van de vennoten en derdepartijen enkele formele eisen gesteld aan het ontstaan van een LLP. Het overgrote deel van de statelijk regelingen kennen de volgende eisen: (1) een overeenstemming tussen de vennoten om een LLP-vorm aan te nemen en (2) het registreren van een officieel inschrijvingsdocument bij de statelijke 'kamer van koophandel', de secretary ofstate. Doordat het verkrijgen van de LLP-status in de meeste staten invloed heeft op zowel de externe als de interne aansprakelijkheid van de vennoten dient het oprichten van een LLP expliciet door de vennoten te zijn overeengekomen. Om deze overeenstemming extern kenbaar te maken, is in RUPA 1997 vereist dat in het officiële inschrijvingsdocument van de LLP een verklaring wordt opgenomen dat de vennootschap ervoor kiest een LLP te zijn.3 Afhankelijk van de statelijke regeling bevat het officiële inschrijfdocument een aantal andere gegevens. Dit zijn onder andere de naam en het adres van de vennootschap, informatie over de vennoten en hun aantal, het doel of de beschrijving van de bedrijfs- of beroepsactiviteiten, de datum vanaf wanneer de vennootschap wordt aangemerkt als LLP en een verklaring dat voldaan is aan de verzekeringsverplichting. De LLP ontstaat vervolgens door inschrijving van dit document bij de secretary ofstate op de inschrijvingsdatum of op de datum die in het inschrijvingsdocument is vermeld.
Het inschrijvingsdocument behoeft dus niet de vennootschapsovereenkomst te bevatten. Ook is niet verplicht de kernonderdelen van deze overeenkomst te vermelden of de afspraken over vertegenwoordigingsbevoegdheden of uitbreiding van de aansprakelijkheid van (enkele) vennoten. De verplichte informatie biedt nauwelijks bescherming aan derden aangezien zij niets zegt over eventuele afwijkende afspraken van de wettelijke regelingen. De vraag rijst welk doel de registratie van LLP's dan wel heeft. De registratie is voor derdepartijen van belang opdat zij kunnen weten dat de wederpartij als LLP aan het rechtsverkeer deelneemt en wat de staat van oprichting is. Daarnaast is de inschrijving via de registratiegelden een bron van inkomsten.4 Voor de kenbaarheid voor derden is de registratie van relatieve betekenis. Deze kenbaarheid ontstaat ook omdat LLP's verplicht zijn de woorden `Limited Liability Partnership', `Registered Limited Liability Partnership', 'LLP' of `RLLP' in hun naam op te nemen. De kenbaarheid van de oprichtingsstaat maakt duidelijk welk statelijk recht van toepassing is op de LLP. Dit kan, gelet op eventuele rechtszaken, voor zakenpartners van belang zijn. Vertaald naar de Nederlandse situatie speelt het toepasselijke recht niet. Op elke OVBA zal het Nederlands recht van toepassing zijn. Registratie als bron van inkomsten past niet in het algemene beleid dat inkomsten uit administratieve verplichtingen niet hoger mogen zijn dan de kostprijs en niet mogen worden gebruikt als een verkapte vorm van belastingheffing. Kenbaarheid voor derden is vanwege de aansprakelijkheid wel van belang. Deze kenbaarheid kan voor de OVBA worden bereikt door verplichte opname van de woorden 'Openbare Vennootschap met Beperkte Aansprakelijk' of `OVBA', in de naam van de vennootschap en haar externe communicatie.
Is de kenbaarheid van de OVBA via de vennootschapsnaam voldoende of zijn er belangen van de betrokkenen bij de vennootschap die toch registratie van een officieel OVBA-document of een andere waarborg nodig maken? Om deze vraag te beantwoorden kijk ik in hoeverre een dergelijke registratie in het huidige Nederlandse systeem past. Ook bekijk ik aan welke voorwaarden een personenvennootschap ingevolge het Wetsvoorstel Titel 7.13 moet voldoen voor het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid. Daarna zet ik uiteen op welke wijze mijns inziens een OVR opgericht zou moeten worden en als gevolg daarvan de gewenste invulling van de vereisten voor de oprichting van de OVBA.