Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.4.4:5.4.4 De bevoegdheid om toezeggingen met een verbindend karakter te handhaven
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.4.4
5.4.4 De bevoegdheid om toezeggingen met een verbindend karakter te handhaven
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574060:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze beschikking dient niet te worden vergeleken met de negatieve verklaring onder het regime van Verordening 17/62. De Commissie doet namelijk geen uitspraak of er sprake is van een schending van art. 81 EG of art. 82 EG. Zie Komninos 2008, p. 89.
Komninos 2008, p. 90; Temple Lang 2006, p. 286.
Komninos 2008, p. 90.
Komninos 2008, p. 90.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer de Commissie voornemens is een beschikking tot beëindiging van een inbreuk te geven, en de betrokken ondernemingen toezeggingen doen om aan de bezorgdheden tegemoet te komen die de Commissie hun in haar voorlopige beoordeling te kennen heeft gegeven, kan de Commissie ten aanzien van deze ondernemingen op grond van artikel 9 Verordening 1/2003 bij beschikking die toezeggingen een verbindend karakter verlenen. De beschikking kan voor een bepaalde periode worden gegeven en bevat de conclusie dat er niet langer gronden voor een optreden van de Commissie bestaan.1
De Commissie kan, op verzoek of op eigen initiatief, de procedure heropenen op grond van artikel 9 lid 2 Verordening 1/2003 indien er een wezenlijke verandering optreedt in de feiten waarop de beschikking steunt, indien de betrokken ondernemingen in strijd met de door hen gedane toezeggingen handelen of indien de beschikking op door de partijen verstrekte onvolledige, onjuiste of misleidende inlichtingen berust.
Bij schending van de toezeggingen kunnen op grond van artikel 23 lid 2 sub c en artikel 24 lid 1 sub c Verordening 1/2003 de nodige maatregelen worden genomen (geldboeten en dwangsommen) door de Commissie. De vraag is of de toezeggingen met een verbindend karakter ook privaatrechtelijk kunnen worden gehandhaafd. Mijns inziens kunnen toezeggingen met een verbindend karakter worden afgedwongen door een rechterlijk verbod of gebod of door schadevergoeding. Komninos wijst op het feit dat de beschikking die de toezegging een verbindend karakter verleent wel voldoende duidelijk, precies en onvoorwaardelijk dient te zijn voor wat betreft de verplichting die zij oplegt op de geadresseerden, wil de burgerlijke rechter de bevoegdheid hebben om toezeggingen met een verbindend karakter te handhaven en toe te passen.2 Daarnaast dient de beschikking die de toezegging een verbindend karakter geeft ook daadwerkelijk rechten toe te kennen aan derden wil men er als derde een beroep op kunnen doen.3 Met Komninos ben ik van mening dat de beschikking die de toezegging een verbindend karakter verleent, directe horizontale werking toekomt.4 De geadresseerden van de beschikking (die de toezegging een verbindend karakter geeft) zijn particulieren. Het niet naleven van een toezegging betekent overigens niet per definitie dat de artikelen 81 EG of 82 EG zijn geschonden. De toezegging laat namelijk in het midden of er á dan niet sprake is van een schending van het mededingingsrecht. Derden kunnen uiteraard wel altijd zelfstandig bij de nationale rechter een beroep doen op schending van de artikelen 81 EG en 82 EG.