Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/1.6:1.6 Aanleiding voor dit onderzoek
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/1.6
1.6 Aanleiding voor dit onderzoek
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200736:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals hiervoor aangegeven wordt door strafrechtsjuristen en criminologen gesuggereerd dat de waarborgfunctie van het strafrecht is verminderd ten gunste van een ‘veiligheidscultuur’: er zou sprake zijn van ‘instrumentalisering’ van het strafrecht. De beschreven ontwikkelingen van het strafrecht en de maatschappelijke en politieke discussie over het functioneren daarvan roepen de vraag op hoe binnen de belangrijkste strafrechtelijke instituties over (het functioneren van het) strafrecht wordt gedacht: Welke opvattingen hebben politiemensen, officieren van justitie en rechters over de praktijk van het strafrecht? Daarbij is gezien het voorgaande vooral de vraag hoe effectiviteit en juridische waarborgen tegen elkaar worden afgewogen en hoe over straffen wordt gedacht.
Het spanningsveld tussen effectiviteit en de juridische waarborgen in het straf(proces)recht is in de jaren 1960 door Herbert L. Packer vervat in twee ideaaltypische (theoretische) modellen van het strafproces (1964; 1968). Zijn theorie veronderstelt dat de steun voor juridische waarborgen (due process) vooral komt van rechters en dat het belang van repressie van criminaliteit (crime control) vooral naar voren komt in het werk en de opstelling van politie en OM. Uit empirisch onderzoek is weinig bekend over (de achtergronden van) het door Packer veronderstelde spanningsveld tussen due process en crime control.
1.6.1 Wetenschappelijke relevantie1.6.2 Maatschappelijke relevantie