Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/1.6.2:1.6.2 Maatschappelijke relevantie
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/1.6.2
1.6.2 Maatschappelijke relevantie
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200832:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nieuw onderzoek naar de wijze waarop binnen de strafrechtelijke instituties tegen met het strafrecht verbonden spanningen wordt aangekeken, heeft niet alleen wetenschappelijke relevantie. Wanneer aan effectief strafrechtelijk optreden tegen criminaliteit zoveel waarde wordt toegekend dat hierdoor nauwelijks nog aandacht is voor rechtswaarborgen, dan zou daarmee de legitimiteit van het strafrechtsysteem ernstig worden bedreigd. Andersom, wanneer naar de effectiviteit van het strafrechtsysteem (te) weinig aandacht zou uitgaan in de praktijk, kan eveneens een probleem met de legitimering van strafrecht en strafrechtspleging worden voorzien. In beide gevallen kan het gevoel ontstaan dat geen recht wordt gedaan, zoals ook naar voren kwam in de hierboven beschreven problemen binnen de strafrechtspleging en in de academische discussie over het strafrecht.
Maatschappelijk is het van belang te weten in hoeverre door het strafrecht spanningen worden opgeroepen en welke rol genoemde problemen en crises daarbij spelen. Directe aanleiding voor dit onderzoek waren signalen die erop leken te wijzen dat onder politiemensen onvrede zou bestaan over de strafrechtspleging en over de gebrekkige aansluiting daarvan op hun eigen werk (zie verder: Kort, Fedorova & Terpstra, 2014). Voorafgaand aan dit onderzoek werd verondersteld dat een gebrek aan vertrouwen van politiemensen in het strafrecht het functioneren en de legitimiteit daarvan ernstig kan bedreigen. Uit buitenlandse literatuur is bekend welke ondermijnende en gewelddadige gevolgen dit kan hebben voor de wijze waarop politiemensen hun werk doen (zie bijvoorbeeld: Skolnick, 1966; Fassin, 2013). Echter niet alleen mogelijke onvrede over het functioneren van het strafrecht onder politiemensen, ook de bredere maatschappelijke onrust rond het strafrecht, roept de vraag op hoe hier binnen het strafrechtsysteem zelf over wordt gedacht.
In dit onderzoek staat de vraag centraal hoe door politiemensen, officieren van justitie en rechters over het strafrecht wordt gedacht. Daarbij gaat het met name om de relaties tussen effectiviteit en juridische waarborgen en tussen verschillende strafdoelen. In hoeverre delen leden van de rechterlijke macht de overwegend instrumentele opvatting van politiemensen van het strafrecht? Vanwege de op basis van dit hoofdstuk te veronderstellen toenemende complexiteit is nader empirisch onderzoek gewenst naar de vraag hoe politiemensen, officieren van justitie en rechters tegen het strafrecht aankijken en in hoeverre hun perspectieven hierop verschillen. Met de te verkrijgen antwoorden op deze vragen kan worden nagegaan welke achtergronden en mogelijke gevolgen hierbij een rol spelen.