Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.6.4.5
5.6.4.5 Aanname van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS419886:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Tipke 1993, p. 184 die uit jurisprudentie van het BverfG afleidt dat vertrouwen op het voortbestaan van de oude regel is beëindigd zodra de Bondsdag een wetswijziging heeft aangenomen. Zo ook Berger 2002, p. 92.
Art. 85 Gw; opvallend is dat bij de reparatie van HR 24 mei 2002, nr. 37 021, BNB 2002/262 (aankoopkosten deelneming) op uitdrukkelijk verzoek van de Eerste Kamer een versoepeling in het overgangsrecht is aangebracht. Zie Kamerstukken I 2004/05, 29 381, nr. E, p. 2. Ook in het wetsvoorstel inzake de fiscale behandeling van steekpenningen (kamerstuknr. 28 873) werd op verzoek van de Eerste Kamer door middel van een novelle (kamerstuknr. 30 405) een aanpassing aangebracht.
Indien bij de stemming over het wetsvoorstel in de Tweede Kamer de wetswijziging – ondanks hetgeen hiervoor is besproken – nog steeds niet voorzienbaar is, zijn verwachtingen op het voortbestaan van de oude regel na aanname van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer niet langer gerechtvaardigd.1 Aangezien de Eerste Kamer slechts de mogelijkheid heeft om een wetsvoorstel te aanvaarden of te verwerpen, is de kans zeer klein dat de wetswijzigingen na aanname door de Tweede Kamer alsnog geheel of gedeeltelijk worden teruggedraaid.2 De voorzienbaarheidsfactor bedraagt in dit geval voor zowel particulieren als ondernemers/rechtspersonen 5.