Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/6.6.3:6.6.3 Monitoring
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/6.6.3
6.6.3 Monitoring
Documentgegevens:
J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193752:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De subbewaarder en de door de subbewaarder getroffen regelingen om zijn taken te vervullen moeten doorlopend gecontroleerd worden en periodiek worden geëvalueerd.1 In het bijzonder dient de bewaarder de prestaties van de subbewaarder en het blijven voldoen aan de selectiecriteria van de bewaarder door de subbewaarder te monitoren. Daarnaast dient de bewaarder zichzelf ervan te verzekeren dat de subbewaarder zorgvuldig is in de uitvoering van zijn bewaarnemingstaken en in het bijzonder dat hij de instrumenten segregeert conform de vereisten. Het bewaarnemingsrisico dient periodiek beoordeeld te worden. Als er sprake is van onrustige markten of als er specifieke risico’s geïdentificeerd zijn, dient de frequentie van deze beoordeling te worden verhoogd. Als er wijzigingen zijn in de hoogte van dit risico, dient de icbe hiervan op de hoogte te worden gesteld. Tot slot dient te worden gemonitord dat de subbewaarder voortdurend voldoet aan het onafhankelijkheidsvereiste uit de Richtlijn2 en aan het verbod op hergebruik van activa.3
Indien de subbewaarder niet, niet volledig of tijdelijk niet aan deze voorwaarden voldoet, mag de bewaarder de taken niet aan de subbewaarder delegeren. Als een subbewaarder niet aan de regels voldoet, zal de bewaarder doorgaans niet aan de delegatievereisten hebben voldaan. De bewaarder kan hiervoor een sanctie opgelegd krijgen, niet de subbewaarder zelf.4 De monitoringvereisten zijn opgenomen in de Bewaardersverordening en behoeven dus geen implementatie in nationale wetgeving.