Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.3.5.2
4.3.5.2 Bonus- en winstdelingsregelingen
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943509:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hof ’s-Hertogenbosch 17 juli 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB0038, r.o. 4.5.4 (Astron).
Of Nederland het tijdelijkheidsvereiste uit de Uitzendrichtlijn voldoende heeft geïmplementeerd, is een discussie an sich waarop in hoofdstuk 6 wordt ingegaan.
Dit is in lijn met de benadering dat een verkrijger na overgang van onderneming onder omstandigheden niet gehouden kan worden tot (onverkorte) nakoming van bij de vervreemder geldende bonus- en/of winstdelingsregelingen, temeer voor zover nakoming in zou houden opties toe te kennen in de aandelen van de oude werkgever. Zie bijv. Hof ’s-Hertogenbosch 17 juli 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB0038, r.o. 4.5.4 (Astron) en Hof Den Haag 24 januari 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:121, r.o. 6.13.
Om te beoordelen of ongelijke behandeling ten aanzien van bonus- en winstdelingsregelingen een gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitzendbureau is, wordt wederom eerst nagegaan of ongelijke behandeling, gezien de aard en context van de activiteiten van het uitzendbureau en de gerechtvaardigde verwachtingen van opdrachtgevers, noodzakelijk is voor het bereiken van legitieme doelstellingen. Teneinde dat na te gaan, moet onderscheid worden gemaakt tussen twee soorten bonus- en winstdelingsregelingen: prestatiegebonden regelingen en ‘bindende’ regelingen. Prestatiegebonden regelingen zijn gekoppeld aan de prestaties van de werknemer en bieden zo de mogelijkheid om maandelijks het salaris aan te vullen door goed te presteren. ‘Bindende’ regelingen hebben tot doel de binding tussen werknemer en onderneming te bevorderen.1 De beloning is dan vaak gerelateerd aan het bedrijfsresultaat en wordt pas na het verstrijken van een bepaalde periode, als dat resultaat vaststaat, uitbetaald. Zo worden werknemers voor langere tijd gebonden.
Prestatiegebonden bonus- en winstdelingsregelingen
De uitbetaling uit hoofde van een prestatiegebonden bonus- of winstdelingsregeling vindt vaak plaats op korte termijn. Deze regelingen zijn bovendien goed naar rato toepasbaar. De inlener zal bij deelname van de uitzendkracht aan deze regeling nauwkeurig moeten monitoren hoe de uitzendkracht presteert. Aannemelijk is echter dat daar systemen voor in gebruik zijn, aangezien ook de prestaties van werknemers van de inlener moeten worden gemonitord in het kader van de regeling. De activiteiten van uitzendbureaus ondervinden dus geen bijzonder nadeel van het moeten toepassen van dergelijke bij de inlener geldende regelingen. Deelname van de uitzendkracht aan de regeling is geenszins van invloed op de flexibiliteit van de inlening voor de inlener. Ongelijke behandeling van uitzendkrachten ten aanzien van prestatiegebonden bonus- en winstdelingsregelingen is, gezien de aard en context van het uitzendbureau en de gerechtvaardigde verwachtingen van opdrachtgevers, dus niet noodzakelijk voor het bereiken van legitieme doelstellingen en is dus geen gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitzendbureau.
‘Bindende’ bonus- en winstdelingsregelingen
Gelijke behandeling ten aanzien van bindende bonus- of winstdelingsregelingen zou betekenen dat uitzendkrachten tot deze regelingen bij inleners moeten worden toegelaten of dat het uitzendbureau zelf een vergelijkbare regeling moet optuigen. De kern van de activiteiten van een uitzendbureau is om werknemers tijdelijk aan opdrachtgevers ter beschikking te stellen en in de vraag van verscheidene opdrachtgevers naar flexibele arbeid te voorzien.2 Het bindende karakter van deze regelingen past niet bij het flexibele karakter van uitzenden. Voorts kan een uitzendbureau niet gehouden zijn een dergelijke regeling in de eigen onderneming in het leven te roepen op grond van het argument dat een inlener deze heeft, temeer niet vanwege de veelvoud aan inleners en de bij hen geldende regelingen. Bovendien zou voor daadwerkelijk gelijke behandeling nodig zijn dat het uitzendbureau de regeling baseert op het bedrijfsresultaat van de inlener. Het gaat tegen de essentie van elke onderneming in om te belonen naar de bedrijfsresultaten van een andere ondernemer.3 ‘Bindende’ bonus- en winstdelingsregelingen brengen bovendien vaak aanzienlijke administratieve lasten met zich mee, omdat daar bijvoorbeeld ook aandeelhouderschap bij komt kijken. Gelijke behandeling ten aanzien van dit soort regelingen zou een aanzienlijke belemmering vormen voor de dienstverlening van uitzendbureaus. Ongelijke behandeling ten aanzien van bindende bonus- en winstdelingsregelingen is, gezien de aard en context van de activiteiten van het uitzendbureau en de gerechtvaardigde verwachtingen van opdrachtgevers, dus noodzakelijk voor het bereiken van legitieme doelstellingen. De gevolgen van de ongelijke behandeling zijn voor uitzendkrachten bovendien gering. Doorgaans zullen zij niet lang genoeg bij inleners werken om in aanmerking te komen voor uitbetaling uit hoofde van dergelijke bindende regelingen. Het beleid is daarom ook proportioneel. Ongelijke behandeling van uitzendkrachten ten aanzien van bij de inlener geldende bonus- en winstdelingsregelingen met een bindend karakter is een gerechtvaardigd personeelsbeleid van uitzendbureaus.