Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.0:9.0 Inleiding
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.0
9.0 Inleiding
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362858:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De aanleiding voor het schrijven van dit proefschrift vormt de discussie die in Nederland wordt gevoerd over de wijze waarop het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel, en dan specifiek het Unierechtelijke recht een standpunt naar behoren en effectief kenbaar te mogen maken alvorens een bestuursorgaan een bezwarend besluit neemt bij fiscale beslissingen moet worden toegepast (paragraaf 1.1). In deze discussie komt duidelijk naar voren dat Het Hof van Justitie een andere weg is ingeslagen met betrekking tot het horen van de belanghebbenden dan de wetgever in het verleden in Nederland. Het horen in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht staat primair ten dienste van de zorgvuldige feitenvergaring door het bestuursorgaan en in het Unierecht heeft het kenbaarmakingsbeginsel als primair doel de rechtsbescherming. Om antwoord te kunnen geven op de vraag op welke wijze in Nederlandse fiscale zaken moet worden omgegaan met het kenbaarmakingsbeginsel heb ik in dit proefschrift gewerkt met de volgende onderzoeksvraag (paragraaf 1.3):
In hoeverre voldoet het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht aan de uitgangspunten en criteria die het kenbaarmakingsbeginsel stelt en op welke wijze kan het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht worden ingericht, zodat het in lijn is met deze uitgangspunten en criteria?
In dit hoofdstuk geef ik eerst een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek naar het kenbaarmakingsbeginsel (paragraaf 9.1). Vervolgens beantwoord ik in paragraaf 9.2 het eerste deel van de onderzoeksvraag: in hoeverre voldoet het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht aan de uitgangspunten en criteria die het kenbaarmakingsbeginsel stelt. Daarbij zal zichtbaar worden dat er veel overeenkomsten zijn gevonden en een (kleiner) aantal belangrijke verschillen. Met een overzicht van de overeenkomsten en verschillen zal ik aan de hand van het ontwikkelde stappenplan het tweede deel van de onderzoeksvraag beantwoorden (paragraaf 9.3):
Op welke wijze kan het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht worden ingericht, zodat het in lijn is met de uitgangspunten en criteria die het kenbaarmakingsbeginsel stelt?
Ik sluit af met een aantal aanbevelingen die een oplossing bieden voor de geconstateerde verschillen voor zover die tot een schending van het kenbaarmakingsbeginsel kunnen leiden.