Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/282
282 Bestuurder of de raad van bestuur
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS366602:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover randnummer 249.
In de herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn is ook bepaald dat in het bezoldigingsbeleid moet worden toegelicht hoe rekening is gehouden met de loon- en arbeidsvoorwaarden van de werknemers van de vennootschap bij de vaststelling van het bezoldigingsbeleid, art. 9a lid 6 Richtlijn (EU) 2017/828. Bij de implementatie van deze regeling wordt aan de Nederlandse wetgever dus wel ruimte gelaten te bepalen of moet worden ingegaan op de bezoldiging van de afzonderlijke bestuurder(s), alle bestuurders gezamenlijk of welllicht voor een nog vrijer regime. Zie hierover randnummer 261.
Aansluiten bij de mediaan in plaats van het gemiddelde lijkt mij in dit geval geen optie.
Voor de vormgeving van een pay ratio-regeling is het identificeren van de juiste variabelen van belang. Een eerste vraag is of voor de berekening van de pay ratio (i) de totale bezoldiging van een afzonderlijke bestuurder of (ii) het gemiddelde van de totale bezoldiging van alle bestuurders gezamenlijk als uitgangspunt moet worden genomen.
In het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten is de keuze gevallen op alleen de CEO.1 De herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn bepaalt dat van elke bestuurder informatie over de jaarlijkse verandering in bezoldiging moet worden opgenomen in het remuneratierapport, naast de jaarlijkse verandering in de bezoldiging van de gemiddelde bezoldiging van de overige werknemers. Bij de implementatie van deze regeling in Nederland heeft de wetgever dus geen keuze.2 Wanneer we kijken naar bpb 3.4.1. (iv) Code 2016 dan zorgt de tekst voor enige onduidelijkheid. Zo wordt niet gespecificeerd of de informatie over de beloningsverhoudingen moet zien op iedere bestuurder afzonderlijk of op de beloning van de bestuurders tezamen. In de toelichting staat slechts dat het remuneratierapport de verhouding moet bevatten tussen de beloning van de bestuurders enerzijds en een door de vennootschap vast te stellen representatieve referentiegroep anderzijds. Uit het feit dat ook dient te worden toegelicht of er ten opzichte van het voorgaande boekjaar wijzigingen zijn in deze verhoudingen, lijkt voort te vloeien dat het gaat om iedere bestuurder afzonderlijk. Uitsluitsel geven de tekst en de toelichting niet. Bpb 3.1.2 (iii) Code 2016 laat ook de mogelijkheid open om te kiezen voor de bezoldiging van een afzonderlijke bestuurder of alle bestuurders gezamenlijk. Uit bpb 3.2.1 Code 2016 lijkt voort te vloeien dat ieder voorstel voor het vaststellen van de bezoldiging van een individuele bestuurder in moet gaan op de beloningsverhoudingen binnen de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.
Mijns inziens dient bij de berekening van de pay ratio telkens als variabele de totale bezoldiging van de afzonderlijke bestuurder te worden gebruikt. Hiermee wordt iedere vorm van ruis zoveel mogelijk voorkomen, bijvoorbeeld wanneer de bezoldiging tussen bestuurders ver uit elkaar ligt.3 Daarbij speelt mee, dat een bepaalde mate van flexibiliteit bij het vaststellen van de representatieve referentiegroep onvermijdelijk is. De bezoldiging van de representatieve referentiegroep is dus al een samengesteld getal. De waarde van de informatie van de pay ratio boet mijns inziens in aan kwaliteit wanneer deze variabele vervolgens wordt afgezet tegen een ander samengesteld getal, namelijk het gemiddelde van de bezoldiging van de gehele raad van bestuur. Verder zal een wijziging van de pay ratio die berekend wordt aan de hand van de gemiddelde bezoldiging van een groep afhangen van een samenspel van factoren. Dit samenspel zal de discussie vertroebelen waarmee afbreuk wordt gedaan aan de mate waarin verantwoording wordt afgelegd over een wijziging van de pay ratio.