Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.4.5.0:9.4.5.0 Introductie
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.4.5.0
9.4.5.0 Introductie
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977217:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
IvhO, Toezichtkader actief burgerschap en sociale integratie (Stcrt. 2006, nr. 128) en Herziening normering Toezichtkader actief burgerschap en sociale integratie, (Stcrt. 2008, nr. 21).
Vgl. S. Waslander, ‘Controleren en stimuleren’, NTOR 2019, 2, p. 77-82.
Wet van 9 december 2005, Stb. 2005, nr. 678.
Vgl. J.W. Sap, ’Europese burgerschapsvorming in het onderwijs’, in: Laemers (red.), 2017, p. 137-156 en Trouw 14 mei 2021.
ABRvS 30 maart 2011 (nr.201006801/1/H2).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De inspectie stelt in de loop van de tijd vast dat er voldoende basisaanbod is, maar dat de ontwikkeling op scholen langzaam verloopt. De Onderwijsraad sluit zich hierbij aan. Het schoolcurriculum is te weinig geëxpliciteerd door middel van de doelen en het daarop afgestemde burgerschapsaanbod. Zoals de vorming tot verbindend democratisch staatsburger een voorwaarde is voor het kunnen werken aan de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat, zo heeft de maatschappelijke vorming die functie voor de toerusting van de leerlingen voor hun toekomstige maatschappelijke participatie.
De inspectie heeft ingevolge artikel 20 Wot in 2006 een - in 2008 bijgesteld- toezichtskader Actief burgerschap en sociale integratie, onder goedkeuring van de minister van OCW, vastgesteld.1 Het toezicht op burgerschapsonderwijs, hetgeen actief burgerschap en sociale integratie bevordert, is gebaseerd op grondwettelijke deugdelijkheidseisen. Door de vrijheid van onderwijs is het inspectietoezicht terughoudend.2 De balans tussen de vrijheid van onderwijs (artikel 23 Gw) en het toezicht op het uitvoeren van de burgerschapsopdracht is een vast onderdeel van de Onderwijsjaarverslagen.3
Terughoudend toezicht
De inspectie houdt toezicht op de wijze waarop scholen invulling geven aan de kerndoelen. Voor het basisonderwijs zijn kerndoelen 36, 37 en 38 gerelateerd aan het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie. Deze luiden:
leerlingen leren hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger,
leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor waarden en normen,
leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen en ze leren respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen.
In de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn de kerndoelen 43-46 gerelateerd aan het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie:
de leerling leert over overeenkomsten, verschillen en veranderingen in cultuur en levensbeschouwing in Nederland, leert eigen en andermans leefwijze daarmee in verband te brengen en leert de betekenis voor de samenleving te zien van respect voor elkaars opvattingen en leefwijzen,
de leerling leert op hoofdlijnen hoe het politieke bestel als democratie functioneert en leert zien hoe mensen op verschillende manieren bij politieke processen betrokken kunnen zijn,
de leerling leert de betekenis van Europese samenwerking en de Europese Unie te begrijpen voor zichzelf, Nederland en de wereld,
de leerling leert actuele conflicten en oorlogen te plaatsen tegen hun achtergrond, en de doorwerking op individuen en samenleving (nationaal, Europees en internationaal), de grote onderlinge afhankelijkheid in de wereld, het belang van mensenrechten en de betekenis van internationale samenwerking te zien.
Vanaf 2008 ziet de inspectie toe op basis van het toezichtkader bij de Wet bevordering actief burgerschap en sociale integratie (2005). Eerder is stilgestaan bij de sociale leeropbrengsten door de opdracht van de school bij de verwerving van actief burgerschap en sociale integratie op basis van algemene doelbepalingen.4 Jaarlijks bekijkt de inspectie deze leeropbrengsten.
Gelaagd inspectietoezicht
Het toezicht maakt gebruik van twee indicatoren: a) de zorg voor de onderwijskwaliteit ten aanzien van actief burgerschap en sociale integratie en b) het onderwijsaanbod. Het toezichtkader is voorzien van acht aandachtspunten, zoals ‘kennis van basiswaarden en de democratische rechtsstaat’. De school bevordert de toerusting met democratische basiswaarden, sociale vaardigheden en attitudes. Kernbasiswaarden zijn vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, verdraagzaamheid, autonomie en non-discriminatie. De inspectie beoordeelt of (a) het onderwijs strijdig is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, (b) de school strijdige uitingen systematisch corrigeert en (c) de school een structureel aanbod heeft, hetgeen gericht is op kennisoverdracht, participatievaardigheden en -attitudes. Ten aanzien van het toezicht op het structurele aanbod wordt ook gekeken naar de kennis van de hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting.5 Daarenboven moet de school bevorderen dat leerlingen naar de basiswaarden van een democratische samenleving leven.6 De beoordelingsmaatstaven zijn (a) toerusting met sociale competenties, kernwaarden en beginselen van de democratische rechtsstaat, (b) bevordering van openheid naar de samenleving en de diversiteit en (c) functie van de school als oefenplaats voor actief burgerschap en sociale integratie.