De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/3.3.4.1:3.3.4.1 Inleiding
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/3.3.4.1
3.3.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS382381:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze subparagraaf bespreek ik het verzuimvereiste dat, net als het hiervoor besproken opeisbaarheidsvereiste, onderdeel uitmaakt van het tekortkomingsbegrip indien nakoming niet (blijvend) onmogelijk is. Ook in deze paragraaf staat de vraag centraal of de stelplichten van de schuldeiser die nakoming vordert ten aanzien van het vereiste van verzuim lichter zijn dan van de schuldeiser die een remedie inroept die een tekortkoming vereist. In par. 3.3.4.2 geef ik aan wat de verhouding is tussen het verzuimvereiste en het tekortkomingsbegrip. In par. 3.3.4.3 geef ik aan dat het verzuimvereiste in het tekortkomingsbegrip, net zoals het conformiteitsvereiste van art. 7:17, primair een uitleginstrument is. In par. 3.3.4.4 behandel ik de vraag of het sturen van een ingebrekestelling — de methode die de schuldeiser in beginsel dient te volgen om het verzuim te laten intreden — ook geldt, of dient te gelden, voor de uitoefening van het recht op nakoming.