Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/1.2.5
1.2.5 Nationale en internationale (gedrags-)codes
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268494:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
The Basel Committee on Banking Supervision (BCBS), “Principles for enhancing corporate governance,” Bank for International Settlements, Basel, oktober 2010 (https://www.bis.org/publ/bcbs176.htm). De Principles zijn in 2010 aangepast om gehoor te geven aan de aanbevelingen van de OESO in vervolg op de financiële crisis, zoals in deze paragraaf besproken. De Guidelines zijn in 2015 nogmaals aangepast om verdere versterkingen aan te brengen in het corporate governance raamwerk, zie (https://www.bis.org/bcbs/publ/d328.htm). De Principles noemen onder meer het belang van voldoende gekwalificeerde en competente (niet-uitvoerende en uitvoerende) bestuurders, die zowel individueel als collectief beschikken over de noodzakelijke kennis, ervaring en persoonlijke kwaliteiten. Daarnaast dienen zij in staat te zijn tot onafhankelijke en objectieve oordeelsvorming, voldoende tijd beschikbaar te hebben en de juiste “toon aan de top” uit te dragen waardoor een gezonde risicocultuur en integer gedrag van alle werknemers in de onderneming wordt gestimuleerd (nr. 6, 13, 26, 35, 36, 38 en 39). Ook is van belang dat externe toezichthouders de geschiktheid en betrouwbaarheid van zowel aandeelhouders, bestuurders, commissarissen en senior management kunnen toetsen (nr. 16).
Nederlandse Vereniging van Banken, Code Banken, 9 september 2010, Stcrt. 2009/ 20060, p. 1 e.v. De code is in 2014 aangepast, onder meer omdat veel van de aanbevelingen inmiddels in wetgeving waren verankerd (zie https://www.nvb.nl/publicaties/gedragscodes/code-banken/).
Zie nader over het bancair tuchtrecht: Hoofdstuk 8.
OESO, “Guidelines on insurer governance”, 2011. De oorspronkelijke Guidelines uit 2005 zijn in 2011 en hierna nog een aantal keren aangepast om opvolging te geven aan de internationale guidance na de financiële crisis, laatstelijk in 2017. Zie https://www.oecd.org/daf/fin/insurance/oecdguidelinesoninsurergovernance.htm.
Verbond van Verzekeraars, “Governance principes verzekeraars”, Stcrt. 2011/ 9237, p. 1. De Governance principes sluiten aan bij de uitgangspunten van de door de Nederlandse Vereniging van Banken opgestelde Code Banken, zoals hiervoor genoemd. De Governance principes zijn per 2016 ondergebracht in de Gedragscode Verzekeraars. Op dat moment waren vrijwel alle Governance Principes opgenomen in wetgeving.
OESO, “Guidelines for pension fund governance”, http://www.oecd.org/finance/privatepensions/oecdguidelinesforpensionfundgovernance.htm.
Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid, “Code Pensioenfondsen,” Den Haag, september 2013 (www.pensioenfederatie.nl). De code is hierna diverse malen aangepast. Op 1 januari 2014 is de Code Pensioenfondsen in werking getreden als document van zelfregulering van de sector. Per 1 juli 2014 is de Code ook wettelijk verankerd in de Pensioenwet.
De Code Banken kende aanvankelijk een dergelijke wettelijke “pas toe of leg uit”-verplichting, net als, nog steeds, de Nederlandse Corporate Governance Code (zie ook Hoofdstuk 6, par. 6.2). Het bancair tuchtrecht is een hybride vorm van tuchtrecht, waarbij het tuchtrecht door de banken zelf wordt georganiseerd maar de aanwezigheid van een tuchtrecht wettelijk is voorgeschreven (zie Hoofdstuk 8).
Belangrijke codes en principes zijn, in de bankensector, de Corporate governance principles for banks, opgesteld door het Basels Comité voor bankentoezicht1 en de door de Nederlandse NVB opgestelde Code Banken.2 De Code Banken dateert uit 2010. In de code werden de aanbevelingen van de Commissie-Maas, zoals hiervoor besproken, geïncorporeerd. In 2014 introduceerde de NVB het pakket Toekomstgericht bankieren, bestaande uit een Maatschappelijk Statuut met daarin een omschrijving van de rol van banken in de samenleving, een aangepaste Code Banken en Gedragsregels. Deze Gedragsregels vloeien voort uit de door de Commissie-Maas voorgestelde bankierseed en vormen de basis van het, op initiatief van de NVB, in 2015 ingevoerde bancair tuchtrecht.3 De Gedragsregels moeten duidelijk maken waar individuele medewerkers voor staan en waarop zij aangesproken mogen worden, bijvoorbeeld op het centraal stellen van de belangen van de klant en integer en zorgvuldig werken. Het pakket Toekomstgericht bankieren is vooral gericht op een cultuuromslag.4
In de verzekeringssector werden de door de OESO opgestelde Guidelines on Insurer Governance aangepast om opvolging te geven aan de lessen van de financiële crisis,5 en stelde het Verbond van Verzekeraars in januari 2011 de Governance principes verzekeraars op, ook wel de Code verzekeraars genoemd. Deze principes sluiten aan bij de uitgangspunten van de Code Banken.6
In de pensioensector werden de Guidelines for pension fund governance, opgesteld door de OESO in 2005, in 2009 en in latere versies herzien. De Guidelines bevatten sindsdien diverse eisen op het gebied van kennis, ervaring, onafhankelijkheid en (collectieve) deskundigheid van het be stuur.7 In Nederland werd onder meer de Code Pensioenfondsen vastgesteld. De code richt zich, in navolging van onder meer de financiële crisis en in lijn met het wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen, op “goed pensioenfondsbestuur.”8
Genoemde codes en principes zijn vormen van zelfregulering, in enkele gevallen versterkt met een wettelijke verplichting tot “pas toe of leg uit”.9