Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.3.7.2:4.3.7.2 StiPP-pensioen: gerechtvaardigd personeelsbeleid?
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.3.7.2
4.3.7.2 StiPP-pensioen: gerechtvaardigd personeelsbeleid?
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943392:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2019, 487, p. 4 (Nota van toelichting).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is de werkgever die deelneemt aan een pensioenregeling en zo pensioenopbouw voor zijn werknemers regelt. Hoewel er ook uitzendbureaus zijn die louter werknemers in één sector ter beschikking stellen, zou deelname aan de regeling van inleners voor de meeste uitzendbureaus deelname aan talloze pensioenregelingen betekenen. Verplichte aansluiting bij het pensioenfonds van de inlener levert uitzendbureaus aanzienlijke administratieve lasten op. Niet alle pensioenregelingen staan bovendien open voor deelname door eenieder. Om deel te mogen nemen moet bijvoorbeeld aan de omschrijving van de verplichtstellingen of taakafbakeningen zijn voldaan.1 Uitzendbureaus zullen bij verplichte gelijke behandeling tegen praktische uitvoeringsproblemen aanlopen. Goed mogelijk is dat uitzendbureaus zich bij een verplichting tot deelname aan dezelfde pensioenregeling als inleners daarom genoodzaakt zien de sectoren waarin zij uitlenen, te beperken. Voor opdrachtgevers beperkt dat de keuzemogelijkheden wat betreft de uitzendbureaus waarvan zij kunnen inlenen. De toegankelijkheid van de diensten van uitzendbureaus wordt dan minder. Het niet-deelnemen aan de pensioenregeling die bij de inlener geldt is dus, gezien de aard en context van de eigen activiteiten en de gerechtvaardigde verwachtingen van opdrachtgevers, noodzakelijk voor het bereiken van legitieme doelstellingen. Voor uitzendkrachten zou deelname aan dezelfde pensioenregeling als werknemers van inleners betekenen dat zij bij verschillende uitvoerders kruimelpensioenen opbouwen. De administratieve lasten van de uitzendkracht nemen dus ook toe. Daarmee zou de proportionaliteit van het beleid gegeven zijn, ware het niet dat het StiPP-pensioen geen adequaat alternatief is op niet-deelname aan de regeling die bij de inlener geldt.
Nu bij het vaststellen van een adequaat pensioen voor payrollwerknemers is overwogen dat de StiPP-regeling niet adequaat is, kan niet worden gezegd dat dit wel een billijke regeling is voor uitzendkrachten. Het beleid doorstaat de proportionaliteitstoets niet en het verschil in behandeling tussen het pensioen van uitzendkrachten en het pensioen van werknemers van de inlener is geen gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitzendbureau.