Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/1.5
1.5 Bronnen van onderzoek
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977172:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bartels 1963, p. V.
Bartels 1963, p. V; W. Kuiper, ’De ontwikkelingsgang van het Hoogduits als leervak’, in: Brugmans (red.) 1961 en Historisch-Didactische aspecten van het onderwijs in het Duits (diss. GUA), Groningen: Wolters 1961, J.G. Toebes, Geschiedenis een vak apart?, Delft: UPress 1981, G. Rombouts, Didactiek van de Handels- en Economische Wetenschappen, Mortsel: De Sikkel 1981, D. van Genderen, Mechanica-onderwijs in beweging, Utrecht: WCC 1989, A.T.J. Vernooij, Het oplossen van bedrijfseconomische problemen. Didactisch onderzoek c.a. Zutphen: Thieme 1993, H.J. Smid, Een onbekookte nieuwigheid? Invoering, omvang, inhoud en betekenis van het wiskundeonderwijs op de Franse en Latijnse scholen, 1815-1863, Meppel: Krips 1997, H. Amsing, Bakens verzetten in het voortgezet onderwijs 1863-1920, Delft: Eburon 2002, F.A. Wilhelm, English in the Netherlands. A history of foreign language teaching 1800-1920, (diss. KUN), Utrecht: Gopher 2005, Biologische Raad, Biologieonderwijs: een vitaal belang, Amsterdam: KNAW 2003, G.M. Hartkamp, Het Muziekonderwijs in Nederland tijdens de 20e eeuw: ‘vak h’. Een eeuw muziekonderwijs langs de lat. Van productie naar consumptie, (bc.-scriptie Utrecht), 2005, J. van der Schee & T. Béneker, Aardrijkskundeonderwijs onderzocht, Enschede: Lemma 2012 en J. Krüger, Actoren en factoren achter het wiskundecurriculum sinds 1600, Utrecht: Freudenthal Instituut 2014.
E. Pelosi, ’De reactie van het docentenkorps’, in: Van Hulst e.a. (red.) 1970, p. 286-287.
Duyverman, De Staatswetenschappen in het Middelbaar Onderwijs en het Middelbaar Onderwijs in de Staatswetenschappen, Groningen: Wolters 1936; vgl. W. Sleumer Tzn, Het economische onderwijs maatschappelijk beschouwd, (diss. GUA), Groningen: Wolters 1938. In een enquête onder hbsers blijken de staatswetenschappen ‘niet zoo in den smaak te vallen’ (p. 261).
J.P. Duyverman (Leiden,1905-2003) is van 1927-1966 leraar staatswetenschappen. Van 1997 tot 2003 spreek ik hem (98) over staatswetenschappen en de VOS-lotgevallen.
Duyverman, Over den stand van ons Staatswetenschappelijk Middelbaar Onderwijs. Naar aanleiding van een enquête, Groningen: Wolters 1938.
Duyverman is niet vermeld bij de auteurs van schoolvakken in: Amsing 2002, p. 8.
C. de Ru, Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving, deel I, Leiden: SK 1955 en deel II 1957.
Het kwartaaltijdschrift Didaktiek der sociale wetenschappen verschijnt van 1970 tot 1982.
E.J.H. van der Vennen, ‘Afscheidsrede’, Didaktiek 1973, 2, p. 21.
Vgl. M. Trappenburg, ‘De pedagogische taak van het recht’, in: E. Brugmans & M. Buijsen (red.), Krakend recht en verharde moraal, Nijmegen: Valkhofpers 2004, p. 7-12.
J. Vis, Politieke kennis en politieke vorming, (diss. RUG), Groningen: Wolters 1995.
G. Gorter, Anderhalve eeuw economieonderwijs in Nederland. Biografie van een schoolvak, (diss. RUG), Delft: Eburon 2013, p. 7.
Ibid., p. 11 e.v., 165 e.v. en G. Gorter, ‘Economie als schoolvak en wetenschap. Een 150-jarige relatie’, TEO 2013, 3, p. 10-12.
Voor een beschrijving van de ontwikkeling van de vakken staatsinrichting en recht grijp ik terug op Een eeuw middelbaar onderwijs 1863-1963 van Bartels die zich heeft gericht op ‘de beschrijving van de uiterlijke vorm van middelbaar onderwijs’.1 ‘De ontwikkeling van het inwendig leven, het eigenlijke onderwijs, […] kan niet het werk van één persoon zijn: van elk vak moeten leerboeken, -middelen en examens worden nagegaan’.2 Pelosi zou het ‘een boeiende zaak’ vinden ‘vak voor vak de leerboeken te bestuderen op hun didactisch credo […] en hun verspreiding; het zou ‘weldadig zijn als studie en onderzoek in deze richting worden gestimuleerd’.3 Het uitwendig leven in de vorm van (curriculum)posities en bevoegdheden staatsinrichting, recht en maatschappijleer beschrijf ik gedetailleerd en het inwendige leven als de exameneisen en curricula voor zover het de relevantie voor ons onderzoek betreft, dus zonder pretentie van volledigheid.
Rechts- en kenbronnen
Voor een analyse van de noties burger en burgerschap zijn onder meer relevant Peschars Onderwijssociologie, alsmede Burger. Een geschiedenis van het begrip ‘burger’ in de Nederlanden van de Middeleeuwen tot de 21ste eeuw, onder redactie van Kloek & Tilma. Daarnaast is relevant Scholen voor burgerschap. Naar een kennisbasis voor burgerschap van Peschar e.a., De Jongs Van wie is de burger?, alsmede M. Vermeulens De moed tot zelfspot: Burgerschap in het onderwijs. Voor de pedagogische opdracht van het onderwijs ben ik te rade gegaan bij Kohnstamm, Langeveld, Gielen en Strasser en de pragmatisten Dewey en Boeke, en ook bij Putnam, De Winter, Van Achter en Veugelers. Daarnaast zijn Duyvermans dissertatie De Staatswetenschappen in het Middelbaar Onderwijs en Het Middelbaar Onderwijs in de Staatswetenschappen (1936)4 en de tijdschriften VOSMededelingen (1935-1970), EMD (1970-1982), Didactiek der sociale wetenschappen (1970-1982), Tijdschrift voor het economisch onderwijs (TEO), Maatschappij & Politiek (M & P) en Kleio geraadpleegd.
Staatswetenschappen/recht/maatschappijleer als burgerschapsvorming
De staatswetenschappen en het (handels)recht kenden drie markante beschermheren. Als eerste heeft de staatswetenschapper Duyverman (1905-2003)5 in zijn dissertatie en daarna tot 1970 de nodige (curriculum)posities, curricula en didactiek van de staatswetenschappen geanalyseerd6, beschreven, van commentaar voorzien en verbetervoorstellen gedaan.7 Als tweede heeft de historicus-jurist De Ru (1917-2004) vanaf 1959 in Kleio met grote regelmaat over de positie en de didactiek van staatsinrichting gewaakt.8 Ten slotte heeft jurist-docent Van der Vennen (1918-1983) in de VOS-Mededelingen en in Didaktiek der sociale wetenschappen9 gepleit voor een hernoeming van het vak staatsinrichting tot het vak democratie en organisatie10 en regelmatig gewezen op de emancipatiefunctie voor leerlingen van het onderwijs in recht.11 De in 1995 verschenen dissertatie Politieke kennis en politieke vorming van J. Vis is relevant voor de kennis over de docenten politieke vorming en hun kennis van de politiek.12 In 2013 is in Gorters dissertatie Anderhalve eeuw economieonderwijs in Nederland (1863-2012). Biografie van een schoolvak13 het economieonderwijs ‘in context, discussie, methoden en praktijk’ beschreven.14 In deze studie zijn de (curriculum)posities en curricula van de vakken staatsinrichting en (handels)recht in samenhang met maatschappijleer, economie, geschiedenis en aardrijkskunde geanalyseerd en beschreven.
Voor de onderwijsrechtelijke leerstukken zijn Vermeulens Constitutioneel onderwijsrecht (1999) en Vrijheid, gelijkheid en burgerschap (2007) geraadpleegd, alsmede Burkens' Beginselen van de democratische rechtsstaat (2022), Kortmanns Constitutioneel recht (2021), De vrijheid van onderwijs, de ontwikkeling van een bijzonder grondrecht (2001) van Van der Ploeg, Laemers' De houdbaarheid van het duale bestel (2017), Zoontjens' Onderwijsrecht. Eenheid in verscheidenheid (2019/2023) en het commentaar van Mentink, Vermeulen en Zoontjens op artikel 23 Grondwet in Hirsch Ballin e.a., Uitleg van de Grondwet (2021).