Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/9.7:9.7 Waardering van de Nederlandse stijl van procederen
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/9.7
9.7 Waardering van de Nederlandse stijl van procederen
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vanuit de rechtswetenschap is de nodige kritiek geleverd op de gangbare wijze van informatie overdragen, waarin getuigenverklaringen in schriftelijke vorm tot de rechter komen. Echter, er kan niet op voorhand worden gesteld dat een meer onmiddellijke wijze van procederen waarin getuigen ter terechtzitting worden gehoord tot meer accurate beslissingen leidt, hoewel dat wel de veronderstelling is die aan het onmiddellijkheidsbeginsel ten grondslag ligt.1 Zoals in het vierde hoofdstuk duidelijk werd, berust het onmiddellijkheidsbeginsel net als de hearsay-doctrine op de aanname dat bewijs het best kan worden getoetst indien de rechter (of jury) hier rechtstreeks kennis van neemt, enerzijds omdat de rechter de mogelijkheid heeft om vragen te stellen en anderzijds omdat de rechter de gelegenheid krijgt zich een persoonlijke indruk te vormen van de oprechtheid en geloofwaardigheid van de verklarende persoon. Voorts berust het onmiddellijkheidsbeginsel op de aanname dat origineel bewijs dat door de oorspronkelijke zegspersoon zelf ter terechtzitting wordt gepresenteerd beter bewijs vormt dan bewijs dat op middellijke manier – met behulp van een proces-verbaal of opnamen – tot de rechter komt. Rozemond heeft in zijn proefschrift evenwel terecht opgemerkt dat empirische onderbouwing voor deze aannamen ontbreekt.2 Dat laat onverlet dat er wel degelijk zwakke en sterke kanten zijn aan te wijzen in de Nederlandse stijl van procederen. Ook zonder empirische onderbouwing kunnen eventuele vooren nadelen worden benoemd van de gangbare praktijk waarin de rechter zijn beslissing omtrent de feiten in hoofdzaak baseert op de getuigenverklaringen neergelegd in het dossier in plaats van op verklaringen afgelegd ter terechtzitting.
9.7.1 Sterke kanten9.7.2 Zwakke kanten