Vormfouten
Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/4.1:4.1 PRAKTIJKVOORBEELD: RECHTSPRAAK OVER DE REDELIJKE TERMIJN
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/4.1
4.1 PRAKTIJKVOORBEELD: RECHTSPRAAK OVER DE REDELIJKE TERMIJN
Documentgegevens:
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS619039:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De HR behandelt dit vormverzuim dan ook niet, althans niet expliciet, in het kader van art. 359a Sv. Vgl. Borgers & Kooijmans 2013, p. 18.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De dynamische context waarin de strafrechter van dit instrumentarium gebruik maakt en de effecten die daarbij optreden kunnen goed worden geïllustreerd aan de hand van de rechtspraak over overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM, ook al gaat het daarbij niet om een vormfout waarvoor alleen de politie of het OM verantwoordelijk kunnen zijn en beperkt de problematiek zich niet tot het voorbereidend onderzoek. 1
4.1.1 Jaren ‘80: nationale invulling van verdragsrechtelijk redelijke termijnvereiste4.1.2 Noodzaak tot aanpassing aan Europese rechtspraak4.1.3 Jaren ‘90: casuïstische rechtspraak4.1.4 Begin van de 21e eeuw: standaardisering en beteugeling rechtsgevolgen4.1.5 Verdere inkadering en verval van niet-ontvankelijkverklaring als mogelijkheid