Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.10.4.3
9.10.4.3 Keuze voor apart kennisgebied of vak burgerschap
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977103:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Olgers e.a. 2014, p. 80 (‘Er circuleren allerlei plannen om burgerschap in het onderwijs te introduceren die het bestaan van maatschappijleer negeren of afschaffing impliceren’).
Vgl. F. Brekelmans & M. van Es, ‘Bevoegdheids- en bekwaamheidseisen in het onderwijs, mede in het licht van het lerarentekort’, Symposiumbundel NVOR, Den Haag: Sdu 2019.
M.H. Koderitsch, ‘Nog een reden waarom Staatsinrichting op de MMS niet bij Geschiedenis ondergebracht dient te worden’, Weekblad 1939, 37, p. 1073-1074 en ‘Sociale kennis, burgerkunde of maatschappijleer op de MMS’, in: J.P. Duyverman, ’De Staatswetenschappen, aangevallen en verdedigd’, TNB 1939, p. 317-332.
De Vletter 1945; vgl. E. Spranger, Begabung und Studium, California: University Library 1917, p. 49-54 (Introduceert Lebenskunde/Kulturkunde) en Sleumer 1938, p. 216-217.
Banning 1946, p. 97.
Stellwag 1946.
Algemene bepaling Grondwet (tweede lezing) Kamerstukken II 2020/21, 35786, nr. 1-4; N. van Steensel, ’De Grondwet als basis voor het goede samenleven? Waarom de Grondwet onvoldoende houvast biedt voor de burgerschapsopdracht in het onderwijs’, TRRB 2021, 1 en I. Pertijs, ‘Interview met E.H.M. Hirsch Ballin: Grondwet is onderbenut als referentiepunt in gesprekken’, M & P 2021, 07, p. 4-6.
Kamerstukken II 2019/2020, 35352, nr. 6 (vrijheid van onderwijs).
Vgl. Kraan 2009, Sandström e.a. 2010, 33, 2, p. 201-218 (Leraren sleutel voor morele educatie) en L. Frank, ’Nederlandse Grondwet: Goede docent belangrijk’, NRC 16 nov. 2017.
Onder meer vanwege de herkenbaarheid, studeerbaarheid en doelmatigheid kies ik voor het onderbrengen van burgerschapsvorming in een kennisgebied en vak burgerschap als leergebied.1 Het zoeken naar een passende vaknaam voor burgerschapsvorming was reeds voor en na de Tweede Wereldoorlog gaande.2 Zo stelt Koderitsch in 1939 voor in het mms-leerplan sociale kennis, burgerkunde of maatschappijleer vast te leggen.3 In het zoeken naar een vaknaam voor democratische vorming stelt De Vletter in 1946 Heimatkunde (heem- of volkskunde) voor en als burgerschapsvorming - zoals de Onderwijsraad ook voorstelt - op te nemen in een module bij maatschappelijke vakken als staatsinrichting en geschiedenis.4 Banning stelt de invoering van burgerschapskunde voor5, terwijl Stellwag, naar analogie van het vak politikè in het oude Griekenland, civics voorstelt.6 Beiden beogen geen substitutie van staatsinrichting. Het curriculum van het kennisgebied en vak burgerschap kan kennis van de kernwaarden van de democratische rechtsstaat, de Grondwet7 en de politieke kringloop van Easton, sociale vaardigheidstraining en democratische attitudevorming omvatten (zie Bijlage XXVI).
De doorlopende leerlijn kan de beste resultaten opleveren als deze is verankerd in een kennisgebied of vak. Mijns inziens dient de school de grootste zeggenschap te hebben bij de invulling van dit kennisgebied en vak. Voorschriften van hogerhand zouden in dat geval in beginsel prohibitief moeten zijn. Indien de voorschriften binnen de wettelijke grenzen blijven, zoals bij de burgerschapsopdracht, is dat toelaatbaar.8 De doelen moeten erop gericht zijn om de morele bekwaamheid en betrokkenheid van de leerlingen te vergroten.9