Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/2.1.5
2.1.5 De Nederlandse procedure van bezwaar en beroep
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362882:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 7:1a van de Awb.
Artikel 26, van de AWR en de artikelen 1:3 en 6:2 van de Awb.
Immerseel 2011, onder 4; Herreveld 2020: Herreveld bepleit afschaffing van het gesloten stelsel van rechtsbescherming; zie ook: Bolhaar 2012; Poelmann en Niessen-Cobben 2019.
Hoofdstukken 6 en 8 van de Awb en de artikelen 26-27ge van de AWR.
Artikel 6:16 van de Awb.
Paragraaf 25.2.2 van de Leidraad Invordering 2008.
Paragraaf 25.1.1 van de Leidraad Invordering 2008.
Artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb.
Artikel 4:12 van de Awb.
Artikel 7:2 van de Awb.
Het laatste onderdeel van het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht dat nog aandacht behoeft is de Nederlandse procedure van bezwaar en beroep. Deze procedure van bezwaar en beroep geldt ook voor het douanerecht. Tijdens het onderzoek zal duidelijk worden dat de Nederlandse bezwaarfase voor de aangiftebelasting bij bezwaar tegen de eigen voldoening of afdracht op aangifte vanuit het kenbaarmakingsbeginsel gezien kan worden als de voorfase. Daarnaast wordt de bezwaarfase voor de overige gevallen gezien als de eerste fase van beroep. Deze kennis maakt het lezen van de jurisprudentie van het Hof van Justitie makkelijker en is van belang bij het bepalen van de temporele reikwijdte van het kenbaarmakingsbeginsel.
Voordat een belanghebbende een fiscaal besluit of een handeling die daarmee gelijk is gesteld, kan voorleggen aan een rechter, moet deze belanghebbende bezwaar maken bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.1 Het bestuursorgaan kan instemmen met een rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter.2 Er kan alleen bezwaar worden gemaakt indien sprake is van een belastingaanslag, een voor bezwaar vatbare beschikking, een handelen dat daarmee gelijk wordt gesteld (zoals een voldoening of afdracht op aangifte), een afwijzing van een aanvraag, het niet tijdig nemen van een besluit of de weigering een besluit te nemen.3 Het Nederlandse belastingrecht kent daarmee, in tegenstelling tot het open stelsel dat wordt toegepast in de rest van het bestuursrecht, een gesloten stelsel van rechtsbescherming.4 Op het bezwaar tegen een besluit moet worden beslist bij uitspraak op bezwaar. Tegen een uitspraak op bezwaar staat beroep open bij een rechtbank.5 Als de rechtbank uitspraak heeft gedaan, kan een belanghebbende hoger beroep instellen bij een van de gerechtshoven. Tegen een uitspraak van een Hof kan beroep in cassatie bij de Hoge Raad worden ingesteld.
Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen, het instellen van beroep bij een bestuursrechter door het indienen van een beroepschrift bij die rechter.6 Een bezwaar of beroep schorst de werking van het besluit waartegen het is gericht niet, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald.7 Een gemotiveerd bezwaarschrift tegen een belastingaanslag geldt als een verzoek om uitstel van betaling, maar een beroepschrift niet.8 Gedurende de behandeling van een verzoek om uitstel van betaling handelt de ontvanger van de belastingdienst alsof het verzoek is toegewezen.9 Een bezwaarschrift zal in de meeste gevallen dus leiden tot uitstel van betaling en bij een beroepschrift is daarvoor een apart verzoek nodig.
In een aantal gevallen moet de belanghebbende worden gehoord voordat het bestuursorgaan een besluit neemt.10 Het horen kan achterwege blijven bij beschikkingen, die strekken tot het vaststellen van een financiële verplichting of aanspraak.11 Indien een belastingplichtige bezwaar maakt tegen een fiscaal besluit of tegen de voldoening of afdracht op aangifte, moet een bestuursorgaan, voordat het op bezwaar beslist, de belanghebbende in de gelegenheid stellen zijn standpunt mondeling toe te lichten.12 De hoorregeling in het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht komt in hoofdstuk 8 meer gedetailleerd aan bod waarna een vergelijking plaats vindt met de criteria die het kenbaarmakingsbeginsel stelt.