Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.3.5.2
7.3.5.2 De aangifte: aanslagbelastingen versus aangiftebelastingen
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940240:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5 en 6 voor de geldende termijnen. Het kan uiteraard ook om een negatief aangegeven bedrag gaan: in dat geval kan ‘terug te ontvangen bedrag’ worden gelezen.
Gedacht kan worden aan het uitvoeren van betalingscontroles, het uitfilteren van controlerisico’s, het leggen van verbanden ter controle van de integriteit van de ontvangen aangifte, of het bijhouden van statistieken voor de beheersorganisatie.
Omdat de aangifte loonheffingen in 2006 de basis is geworden voor de zogenoemde polisadministratie van het Uwv, is de loonaangifte destijds aanzienlijk uitgebreid. Niettemin heeft het collectieve gedeelte (op werkgeversniveau) van de loonaangifte ook nu nog de typische kenmerken van een aangifte voor een aangiftebelasting.
Die aangifte van de belastingplichtige rechtvaardigt het vermoeden dat de daarin opgenomen gegevens juist zijn, ook als diezelfde belastingplichtige daar later op terugkomt, zie HR 16 maart 1921, B. 2737, HR 11 november 1964, BNB 1965/25. Zie verder de verwijzingen bij Koopman 1996, par. 2.4.2 en p. 90 (noot 79) en Meyjes/Van Soest, Van de Berge & Van Gelderen 1997, p. 110 (noot 316). In feite behelst dit de toepassing van de eerste subregel, zie paragraaf 7.3.4.3.
Vanzelfsprekend is de aangifte van de belastingplichtige van groot, zo niet wezenlijk belang als bewijsmiddel. Daarbij moet wel een onderscheid worden gemaakt tussen aanslag- en aangiftebelastingen. De rol die de aangifte bij aanslagbelastingen speelt, verschilt namelijk fundamenteel van de rol van de aangifte bij de aangiftebelastingen.
Bij aangiftebelastingen is de aangifte in feite niets meer dan een geleideformulier, waarop de (min of meer) gelijktijdig met de aangifte betaalde belasting wordt gespecificeerd.1 In verband daarmee is deze aangifte dan ook aanzienlijk eenvoudiger van opzet dan de aangifte bij aanslagbelastingen. De Belastingdienst vraagt in de aangifte bij aangiftebelastingen in feite alleen om een uitsplitsing van díe gegevens, waarvan de kennisneming om een bepaalde reden handig of praktisch is voor de beheersingsprocessen.2 De aangifte bij aangiftebelastingen geeft echter geen zinvolle aanknopingspunten voor de beoordeling van de talloze beslissingen die hebben geleid tot het uiteindelijk af te dragen bedrag.3
Hoe anders is de rol van de aangifte bij de aanslagbelastingen. Daar is de aangifte zonder overdrijving aan te merken als een wezenlijk bewijsmiddel. Bij de aanslagbelastingen heeft de inspecteur gegevens nodig om een aanslag op te leggen. Veelal vindt de gegevens- en informatieverzameling van de inspecteur plaats op basis van de ingediende aangifte. Naar aanleiding daarvan kunnen bijvoorbeeld vragen worden gesteld, nadere inlichtingen worden ingewonnen, stukken worden opgevraagd of gesprekken worden gevoerd. Pas daarna volgt dan een aanslag. Hierbij is van belang dat hetgeen de belastingplichtige in zijn aangifte opneemt, nadien tegen hem kan werken.4