Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/2.2.2
2.2.2 Neutraliteit
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS297044:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een interessant overzicht van een aantal voorbeelden Terra/Kajus, t.a.p., Chapter 1.2, blz. 80 e.v.
Terra/Kajus, t.a.p., Chapter 7.3, blz. 292 e.v. verdelen de interne neutraliteit in: juridische neutraliteit, mededingingsneutraliteit en economische neutraliteit. Met juridische neutraliteit wordt bedoeld dat de belasting uitgedrukt in een percentage van de kleinhandelsprijs bij gelijke producten gelijk dient te zijn, dit wil zeggen strikt evenredig aan de kleinhandelsprijs. Met mededingingsneutraliteit wordt bedoeld dat de belasting de concurrentieverhoudingen niet mag verstoren, de belastingdruk mag niet afhangen van de mate van horizontale of verticale integratie van de productie- en distributieketen. En ten slotte wordt met economische neutraliteit bedoeld dat een belasting zo min mogelijk effect moet hebben op de optimale allocatie van productiemiddelen, door toepassing van verschillende tarieven.
Zie ook Van Hilten en Van Kesteren, Omzetbelasting, Elfde druk, Kluwer, Deventer, 2007, par. 2.2. en Reugebrink, Enkele beschouwingen over de neutraliteit van omzetbelasting, Kluwer, Deventer, 1995.
Gelet op de hiervoor genoemde bezwaren die verbonden waren aan de bestaande omzetbelastingsystemen en de problemen die hierdoor bestonden bij de totstandbrenging van een vrij verkeer van goederen, was ‘neutraliteit’ een van de belangrijkste criteria waaraan mogelijke nieuwe systemen door de A, B, en C-subgroep en door het FFC getoetst werden. Het belang van het neutraliteitsbeginsel in de btw kan moeilijk onderschat worden. Zoals ik hierna zal laten zien, heeft het in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw een doorslaggevende rol gespeeld bij de keuze voor een belasting op de toegevoegde waarde met aftrek van voorbelasting, en speelt het doorlopend, tot op de dag van vandaag, een rol van betekenis bij de totstandkoming van nieuwe regelgeving en in de jurisprudentie. In de considerans van bijna iedere nieuwe richtlijn en in de overwegingen van heel veel arresten van het Hof van Justitie EU1, komt een verwijzing voor naar of wordt een beroep gedaan op het begrip ‘neutraliteit’.
Het begrip ‘neutraliteit’ kan vanuit meerdere gezichtshoeken bekeken worden. Meestal wordt een onderscheid gemaakt tussen interne en externe neutraliteit. Met interne neutraliteit wordt bedoeld dat binnen een land op soortgelijke goederen de belastingdruk altijd hetzelfde moet zijn ongeacht de lengte van de productie- en distributieketen.2 Externe neutraliteit ziet op de effecten van de belasting bij grensoverschrijdende goederentransacties. Bij invoer van goederen moet de heffing gelijk zijn aan de belastingdruk op binnenlands verworven goederen. Bij uitvoer moeten de goederen ‘belastingvrij’ worden gemaakt, maar mag de teruggaaf niet meer bedragen dan de binnenlands geheven belasting.
Overigens is het een illusie om te veronderstellen dat welke belasting dan ook absoluut neutraal, in de hiervoor bedoelde zin, zal kunnen zijn. De mate waarin de belasting kan worden afgewenteld, vrijstellingen, administratieve lasten, en nog vele andere factoren maken absolute neutraliteit onmogelijk. Iedere belasting heeft op een of andere wijze effect op de verschillende keuzes die in het economische verkeer gemaakt worden. Neutraliteit is dus een relatief begrip en moet gezien worden in relatie tot de uitgangspunten die bij de keuze voor een bepaalde belasting van belang zijn.3