Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/2.2.4
2.2.4 Het Neumark-rapport
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS298336:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Voetnoten
Voetnoten
Zie het Neumark-rapport, Chapter I, par. B.
Andere onderzochte stelsels waren de door subgroep B onderzochte (1) eenmalige heffing in de aan de kleinhandel voorafgaande fase (groothandelsbelasting); de door subgroep C onderzochte (2) eenmalige heffing bij fabrikanten in de laatste fase van de productie, (3) de heffing bij fabrikanten middels gefractioneerde betalingen en (4) de belasting op de toegevoegde waarde. Braun, t.a.p. geeft in de Appendix een samenvatting van de uitkomsten van het vergelijkende onderzoek in het ABC-rapport. Hij bespreekt daarin ook nog de volgende stelsels van een belasting op de toegevoegde waarde: (1) volgens de additieve methode, (2) met aftrek van vooromzet en (3) met aftrek van voorbelasting. De studie in het ABC- rapport beperkt zich tot de belasting op de toegevoegde waarde met aftrek van vooromzet (‘base on base’) en met aftrek van voorbelasting (‘tax on tax’).
Zie V-N 16 juni 1965, punt 16.
Zie V-N 30 juni 1965, punt 18.
In het oorspronkelijke richtlijnvoorstel stelde de Commissie de invoering van een belasting op de toegevoegde waarde met aftrek van voorbelasting voor in drie fasen. Het Europees parlement adviseerde in het Deringer-rapport de drie fasen terug te brengen naar twee.
Het onderzoek van het FFC had een veel bredere strekking dan dat van de subgroepen. De Commissie omschreef de aan het FFC gegeven opdracht als volgt1:
Study if and to what extent the differences currently existing in the finances of Member States partly or even entirely hinder the establishment of the Common Market bringing into being and guaranteeing conditions analogous to these of an internal market.
Study to what extent it is possible to eliminate these differences which more considerably hinder the development and functioning of the Common Market.
Het FFC kon haar onderzoek niet goed uitvoeren zonder daarin ook de werking en de effecten van verschillende belastingsystemen te betrekken. Het bestudeerde ook onder welke voorwaarden in de gemeenschappelijke markt belastinggrenzen geëlimineerd of ten minste teruggebracht kunnen worden tot het laagst mogelijke minimum. Het FFC sloot haar rapport af met een ‘Time-table for tax harmonization measures’, opgesplitst in verschillende fasen. Met betrekking tot de eerste fase merkte het FFC het volgende op:
A. Measures to be taken
1. The reform of turnover tax on the basis of principles formulated in the Report must be considered as the most important and most urgent measure to be taken within the framework of tax harmonization.
During the first phase, there will have to take place the suppression of cumulative gross turnover tax levied at all stages (cascade tax) everywhere that it exists, and its replacement, to the extent possible, by a tax on added value, or eventually by a tax levied at a single stage.
De conclusies van het ABC- en het Neumark-rapport zijn de basis geweest voor het besluit om te kiezen voor de invoering van een gemeenschappelijk btw-stelsel met aftrek van voorbelasting. Andere onderzochte stelsels bleken niet of in mindere mate te voldoen aan de aan een gemeenschappelijk stelsel gestelde eisen.2 De Commissie concretiseerde deze keuze snel door op 5 november 1962 een ontwerp-richtlijn inzake harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot de omzetbelasting, (IV/COM (62) 217 final, 31 oktober 1962) aan de Raad voor te leggen. De Raad verwees het voorstel naar het Economisch en Sociaal Comité en het Europees Parlement. Op 12 juni 1964 heeft de Commissie een geamendeerd voorstel voor een Eerste richtlijn ingediend3; op 14 april 1965 heeft de Commissie een geamendeerd voorstel voor een Tweede richtlijn ingediend.4 De voorstellen zijn aangepast op basis van de door het Europees Parlement gemaakte opmerkingen.5