Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.6:1.6 Onwaardigheid in de periode 1838-2003 (OBW)
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.6
1.6 Onwaardigheid in de periode 1838-2003 (OBW)
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859050:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 959 OBW spreekt in tegenstelling tot art. 885 OBW niet uitdrukkelijk van onwaardigheid, maar van geen voordeel kunnen genieten uit den uiterste wil. In de literatuur wordt bij art. 959 OBW veelal ook gesproken van onwaardigheid. In het navolgende gebruik ik bij art. 959 OBW eveneens de term ‘onwaardigheid’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het OBW, dat hier gold van 1838 tot 2003, waren de artikelen 885 – 887 OBW gewijd aan onwaardigheid in het versterferfrecht en artikel 959 OBW aan onwaardigheid in het testamentaire erfrecht.1 Deze paragraaf vangt aan met een bespreking van de artikelen uit het versterferfrecht (par 1.6.1-1.6.3). Paragraaf 1.6.4 zoomt in op artikel 959 OBW.
1.6.1 Onwaardigheid in het versterferfrecht1.6.2 Plaatsvervulling1.6.3 Onwaardigheid van rechtswege?1.6.4 Onwaardigheid in het testamentaire erfrecht