Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/4.3.1
4.3.1 Rechtsmiddel tegen de weigering of afwijzing van het verzoek tot exequaturverlening
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS381879:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Noch de verordening noch de uitvoeringswet bevatten een regeling omtrent de weigering van de exequaturverlening. Art. 3 lid 1 Uitvoeringswet bij de EEX-Verordening bepaalt dat de inwilliging van het verzoek in de vorm van een eenvoudig verlof geschiedt, dat op de expeditie van de ten uitvoer te leggen beslissing wordt gesteld. De beginselen van goede procesorde brengen mijns inziens mede dat de weigering van exequaturverlening bij een met redenen omklede beschikking wordt gegeven.
Kamerstukken II 2001/02, 28 263, nr. 3, p. 6 (MvT).
Anders Kropholler ((2002), p. 462), die blijkbaar meent dat in dat geval door de verzoeker wel het rechtsmiddel van art. 43 moet worden ingesteld. De verzoeker moet dan aanvoeren dat '... die gemäß Art. 40111i.V.m. Art. 53 ff. erforderlichen Urkunden (jetzt) vorlägen'.
Kropholler (2002), p. 462.
Het rechtsmiddel dient op basis van art. 43 lid 2 EEX-Vo te worden ingesteld bij de gerechten die in de Bijlage III bij de EEX-Verordening staan opgenomen. Wordt een rechtsmiddel tegen de exequaturverlening op een beslissing in Nederland aangewend, dan dient dit te geschieden bij de rechtbank waarvan de voorzieningenrechter het exequatur heeft verleend (vgl. art. 43 lid 2 EEX-Vo jo. art. 4 lid 1 Uitvoeringswet bij de EEX-Verordening). De verzoeker moet het rechtsmiddel volgens art. 43 lid 1 EEX-Vo jo. Bijlage III bij het gerechtshof instellen.1 Het is opmerkelijk dat art. 4 lid 1 en lid 2 Uitvoeringswet slechts de rechtbank als de tot kennisneming van het rechtsmiddel bevoegde rechter aanwijst. Hieruit vloeit dan ook voort dat de Bijlage III van de EEX-Verordening - wat Nederland betreft - aangepast moet worden, in die zin dat daarin bepaald wordt dat het rechtsmiddel, ingesteld door de verzoeker om exequaturverlening, bij de rechtbank wordt ingediend.2
Mijns inziens zal zich het geval dat de verzoeker van het verlof tot tenuitvoerlegging een rechtsmiddel instelt bijna nooit voordoen, aangezien de verlening van het exequatur wegens het achterwege blijven van de toetsing aan de weigeringsgronden niet geweigerd kan worden. De verzoeker krijgt immers de kans om de ontbrekende stukken alsnog aan te vullen. Doet de verzoeker dit niet, dan wordt het verzoek afgewezen. Indien de verzoeker na de afwijzing over de benodigde gegevens beschikt, kan hij opnieuw een verzoek indienen. Hij wordt mijns inziens niet geacht het rechtsmiddel van art. 43 EEX-Vo in te stellen, aangezien zich niet het geval voordoet dat hij het oneens is met de beslissing van de rechter op het verzoek.3 Zou de verzoeker in een dergelijk geval een rechtsmiddel van art. 43 EEX-Vo tegen de afwijzing van het verzoek tot exequaturverlening instellen, dan verliest de tenuitvoerlegging het beoogde verrassingseffect, nu de rechtsmiddelprocedure op tegenspraak verloopt. Doordat de verzoeker een nieuw aangevuld verzoek tot exequaturverlening indient, wordt de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt verzocht, niet op de hoogte gebracht van de exequaturprocedure. Art. 42 lid 2 EEX-Vo bepaalt immers dat slechts de verklaring van uitvoerbaarheid aan de wederpartij wordt betekend en niet de beslissing over het verzoek om een verklaring van uitvoerbaarheid. Afwijzende beslissingen op het verzoek worden dus niet aan de wederpartij meegedeeld.
Het exequatur kan worden geweigerd indien de beslissing volgens de aangezochte rechter niet uitvoerbaar is in de lidstaat van herkomst, aangezien in een dergelijk geval niet wordt voldaan aan art. 38 lid 1 EEX-Vo. Het gegeven omtrent de uitvoerbaarheid van een beslissing staat in het in art. 54 EEX-Vo genoemde certificaat vermeld. Het is immers mogelijk dat indien dit gegeven onduidelijk is geformuleerd, de aangezochte exequaturrechter tot de conclusie komt dat de beslissing nog niet uitvoerbaar is en derhalve geen exequatur verleend kan worden. De partij die het exequatur heeft verzocht, moet dan op basis van art. 43 EEX-Vo een rechtsmiddel tegen de weigering van de exequaturverlening instellen. In deze rechtsmiddelprocedure moet worden aangetoond dat de beslissing in de lidstaat van herkomst wel uitvoerbaar is.4 Nu ingevolge art. 42 lid 2 EEX-Vo slechts de verklaring van de uitvoerbaarheid en eventueel ook de ten uitvoer te leggen beslissing aan de wederpartij wordt betekend, zou de partij die het exequatur heeft verzocht, ervoor zorg moeten dragen dat de wederpartij op de hoogte wordt gebracht van de weigering van het exequaturverzoek. Hierdoor zal echter het 'verrassingseffect' verloren gaan.