Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/5.2.1
5.2.1 Loondoorbetalingsverplichting ex art. 7:629 BW
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943421:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rapportage CAO-afspraken 2018, p. 2 (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: mei 2019).
Verklaring van de in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde centrale organisaties van werkgevers en van werknemers d.d. 5 november 2004, p. 2.
Conclusie A-G J. Spier 30 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ8134, r.o. 3.14 en 3.15; Barentsen, in: Arbeidsovereenkomst, art. 7:629 BW, aant. 3.1(online, bijgewerkt 1 maart 2019).
Barentsen, in: Arbeidsovereenkomst, art. 7:629 BW, aant. 3.1(online, bijgewerkt 1 maart 2019).
Zie bijv. art. 10.4 lid d CAO Jeugdzorg 2021-2023 en art. 7.1 lid 3 CAO gemeenten geldend t/m 30 december 2023.
De werkgever is gedurende de eerste 104 weken ziekte verplicht het loon door te betalen aan de zieke werknemer.1 Daarbij is het toegestaan maximaal twee zogenoemde wachtdagen op te nemen in de arbeidsovereenkomst. De werkgever betaalt dan geen loon gedurende de eerste twee ziektedagen.2
De hoogte van het loon dat tijdens ziekte moet worden doorbetaald, is wettelijk vastgesteld op 70% van het laatstverdiende loon voor zover dat loon niet meer bedraagt dan het maximum dagloon.3 Regelmatig wordt in individuele of collectieve arbeidsovereenkomsten een bovenwettelijke suppletie overeengekomen, wat inhoudt dat de werkgever meer dan 70% doorbetaalt.4 In 2004 spraken werkgevers- en werknemersorganisaties af om over de 104-wekenperiode niet meer dan 170% van het loon door te betalen.5 Vaak wordt in het eerste jaar het loon tot 100% aangevuld en wordt in het tweede jaar 70% doorbetaald. Als afspraken over aanvulling niet op de arbeidsovereenkomst van een zieke werknemer van toepassing zijn, heeft deze dus enkel recht op doorbetaling van 70% van het loon gedurende ziekte. Als die 70% onder het minimumloon uitkomt, moet de werkgever tijdens het eerste ziektejaar de loondoorbetaling ophogen tot het wettelijk minimumloon.6 Tijdens het tweede jaar is de werkgever daar niet meer toe verplicht. Indien daardoor de gezinsinkomsten van de werknemer (en zijn gezin) onder het sociaal minimum uitkomen, kan hij een toeslag krijgen van het UWV.7
Voor het recht op loondoorbetaling is irrelevant of de werknemer tijdens ziekte nog wel een deel van de bedongen werkzaamheden of andere passende arbeid verricht of geheel afwezig is door ziekte. Het adagium is ‘ziek is ziek’. Werknemers kunnen voor de wet niet gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Een zieke werknemer die wel een gedeelte van de bedongen werkzaamheden of andere passende arbeid verricht, heeft daarom in principe geen recht op meer dan de wettelijke 70% of een eventueel overeengekomen hoger percentage van het loon.8 Wel kunnen door partijen zelf afspraken worden gemaakt over gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid voor zover dat geen afwijking ten nadele betekent van art. 7:629 BW.9 Zo komt het voor dat in cao’s wordt afgesproken dat de werknemer het volledige loon krijgt doorbetaald over de uren waarin nog wel de bedongen werkzaamheden worden verricht of waarin hij passende arbeid verricht.10