Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.15.2
3.15.2 Staatsinrichting op atheneum: strijd om een komma
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977227:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie: Leerplan rijksscholen, februari 1968, nr. a.v.o. 350061 d Geschiedenis en staatsinrichting: ‘behandeling en ontwikkeling van de staatsinstellingen van het Koninkrijk der Nederlanden en van hun hedendaagse structuur en functie. Staatsinrichting dient in het geschiedenisonderwijs te worden geïntegreerd’; vgl. Van Staay 1966, p. 5 (Voorwoord).
Kamerstukken II 1966/67, 8453, (vv van 13 juli 1966, 3.15.2); Duyverman, ‘Verantwoording’, VOS-M 1967, 84, p. 2-3.
Maatschappijleer is geen (vervanging van) staatsinrichting.
Handelingen II 1966/67, 8453, nr. 13.
Het betreft horizontale lerarenorganisaties, VOS-M 1966, 83, p. 2-3; F. van Rooi e.a. 2000.
Kamerstukken II 1966/67, 8453, nr. 7 (mva; Staatsinrichting, staatsinstellingen en kennis van het staatsbestel zijn synoniem); Van der Steen 2004, p. 76.
Kamerstukken II 1966/67, 8453, nr. 7 (mva),19 oktober 1966.
Op de driejarige mavo bestaat het vak natuur- en scheikunde. Het lavo kent ook combinatievakken als aardrijkskunde en geschiedenis.
De Volkskrant, 10 januari 1967.
Curs.W; ‘Staatsinrichting daaronder begrepen’ is bij amendement-Kleijwegt ingevoegd (Kamerstukken II 1961/62, 5350, nr. 53 en Kamerstukken I 1966/67, 8453, nr. 101).
Ibid., 8453, nr. 101.
Ibid., 8453, nr. 19.
Ibid., 8453, nr. 19a.
Handelingen I 1966/67, 8453, p. 226-254, met de aantekening VVD en PSP tegen.
Wet van 30 juni 1967, Stb. 1967, nr. 386 (art. 4), gew. bij wet van 10 juli 1968, Stb. 402 en wet van 15 maart 1969, Stb. 1969, nr. 42, enz.
Leune 1976, p. 129 e.v.
Ibid., p. 141.
In de Wvo van 1963 is staatsinrichting een apart vak op atheneum. In 1967 legt de wetgever op alle schooltypen het vak geschiedenis en staatsinrichting vast.1 Een reconstructie van feiten kan hierover uitsluitsel geven, immers uit het voorlopig verslag van de OWvo (1966) blijken Tweede Kamerleden te vrezen voor het verloren gaan van de staatsrechtelijke vorming in een vak geschiedenis en staatsinrichting.2 Over de handhaving van staatsinrichting als (examen)vak op atheneum merkt minister Cals (KVP) op dat: ‘er een verzwaring zal optreden van het programma […] die in verband met het doel van dat onderwijs niet wordt verlangd’.3 Een beter begrip en grotere kennis van ons staatsbestel en de parlementaire democratie is wenselijk. Maar daartoe is niet alleen of zelfs niet in de eerste plaats een zelfstandig examenvak staatsinrichting met een groot aantal lessen in hogere leerjaren van belang, maar vooral de aandacht voor de staatsburgerlijke vorming. Cals verwacht dat het vak maatschappijleer hieraan veel kan bijdragen, waardoor ‘bij het onderwijs in maatschappijleer […] zeker aandacht [zal] worden geschonken aan de democratische beginselen en het staatsbestel […]’.4 Het rijksleerplan moet dit voornemen realiseren. Het lijkt Cals overigens niet zinvol - gezien de wens van de algemene lerarenorganisaties in de implementatiegesprekken met inspecteur-generaal Goote - staatsinrichting als examenvak met een beperkt aantal uren vast te leggen.5 Hij verwacht bij een samenvoeging van de vakken staatsinrichting en geschiedenis een evenwichtig programma, ‘zonder dat kennis over het staatsbestel afneemt’.6 Cals, oud-leraar staatsinrichting, kiest voor uniformiteit.
Combinatie van vakken door ‘en’ in artikel 7 en 35 Wvo: nevengeschikt
Teneinde de ongerustheid onder Kamerleden weg te nemen, verklaart de minister dat het voegwoord ‘en’ in de artikelen 7 en 35 Wvo duidt op een groep of combinatie van vakken. Het impliceert geen onderschikking van het tweede vak aan het eerste: ‘Het is mogelijk het onderdeel staatsinrichting op grond van een ministeriële regeling aan een [aparte.W] bevoegde leraar op te dragen’.7 Vreemd genoeg spreekt de minister over een onderdeel in plaats van een vak. De enkele vermelding van staatsinrichting op atheneum in artikel 7 Wvo staat er volgens hem niet aan in de weg de redactie te wijzigen ‘nu de gedachten […] zijn geëvolueerd’.8 Deze artikelen regarderen de vakken staatsinrichting en recht en vanaf 1997 management & organisatie.9
Strijd om een komma
Op puntige wijze is deze politiek netelige kwestie journalistiek verwoord in het artikel Staatsinrichting op atheneum, strijd om een komma.10 Amendering van artikel 3C OWvo (opsomming van vakken) in artikel 7, derde lid, Wvo blijft uit, waarna stemming volgt over:
Titel II artikel 3C OWvo betreffende artikel 7 lid 3 Wvo: geschiedenis, aardrijkskunde, staatsinrichting, te wijzigen in: geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde.
Titel II artikel 3 MM OWvo betreffende artikel 35 Wvo te lezen als: lid 1: Er zijn akten van bekwaamheid van de eerste graad in (…) geschiedenis en staatsinrichting, economische wetenschappen - recht daaronder begrepen – en lid 3: Er zijn akten van bekwaamheid van de
derde graad in (…) geschiedenis en staatsinrichting en handelskennis.
Lid 2 wijzigt niet: er komt geen tweedegraads akte geschiedenis.11
Het doek voor het aparte vak staatsinrichting op atheneum is op 19 januari 1967 - na stemmen bij zitten en opstaan - gevallen. Alleen de Eerste Kamer kon dit nog tegenhouden. Na de stemming over de ontwerp-OWvo12 komt op 10 maart 1967 het voorlopig verslag van de commissie van rapporteurs in de Eerste Kamer over de combinatie van de vakken staatsinrichting en geschiedenis (‘staatsinrichting te incorporeren in geschiedenis’).13
Eindverslag 1967: staatsinrichting herkenbaar vak
In het eindverslag op 30 mei 1967 stelt Cals in de memorie van antwoord geen reden te zien voor een ‘incorporatie’ van staatsinrichting in geschiedenis, ‘wat een verweving van staatsinrichting in de geschiedenisleerstof betekent en niet meer de behandeling als een herkenbaar vak’.14 De vaknaam ‘geschiedenis en staatsinrichting’ wil niet méér, maar ook niet minder zeggen dan dat zowel geschiedenis als staatsinrichting aan de orde komen en dat staatsinrichting door een eigen docent gegeven kan worden’, aldus Cals.15
Aanneming wetsvoorstel OWvo 1967
Het wetsvoorstel-OWvo is op 28 juni 1967 aangenomen16 en op 25 juli in het Staatsblad verschenen. Geschiedenis en staatsinrichting vormen één vak.17
Leune: Lerarenorganisaties als defensieve systemen
Leune heeft de lerarenorganisaties in de besluitvorming over de (O)Wvo niet voor effectief gehouden. ‘Al vanaf de Tweede Wereldoorlog zijn het op onderwijskundig terrein ‘defensieve sociale systemen die steeds gereed staan te reageren op voornemens van anderen maar zelf geen initiatieven nemen’.18 Ook de V.O.S. kwam pas in actie tegen onwelgevallige regeringsvoorstellen voor de curriculumposities van de vakken staatsinrichting en recht, uitsluitend gericht op het behoud van de status quo. Leune concludeert dat ‘terwijl de organisaties zich in ander opzicht (voor de rechtspositie van haar leden) vaker opstelden als gedegen offensieve organisaties, zij zich op onderwijskundig vlak als reagerende, verdedigende instituties gedroegen’.19