Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.4.4.3.1
7.4.4.3.1 Overzicht van de kwalificerende informatieverplichtingen
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940505:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 26 juni 2015, V-N 2015/32.10, BNB 2015/178. De Hoge Raad stoelt dit oordeel op het processuele karakter van de sanctie (r.o. 4.2).
HR 9 juli 2021, V-N 2021/30.21, BNB 2021/138, r.o. 3.1.3.
Uiteraard kan er dan geen omkering volgen wegens schending van de administratieplicht als zodanig, zie HR 9 juli 2021, V-N 2021/30.21, BNB 2021/138, r.o. 3.1.2 en HR 13 oktober 2023, V-N 2023/47.17, r.o. 3.2.1.
HR 9 juli 2021, V-N 2021/30.21, BNB 2021/138, HR 10 augustus 2001, V-N 2001/44.4, BNB 2002/221. Zie daarover ook paragraaf 7.3.7.4.2.
HR 13 oktober 2023, V-N 2023/47.17, r.o. 3.2.2, HR 9 juli 2021, V-N 2021/30.21, BNB 2021/138, r.o. 3.1.2-3.1.3. Het zal dan gaan om inhoudelijke onjuistheden in de aangifte (zie paragraaf 7.4.4.2.3). Overigens is het verleidelijk om bij de uitwerking van deze bewijsconstructie stappen over te slaan of door elkaar te halen, zie de Aantekening van de Redactie Vakstudie-Nieuws in V-N 2023/47.17.
HR 13 oktober 2023, V-N 2023/47.17, r.o. 3.2.1-3.2.2.
HR 13 oktober 2023, V-N 2023/47.17, r.o. 3.2.2.
In art. 52a AWR zijn de informatieverplichtingen opgesomd ter zake waarvan de inspecteur de schending kan vastleggen in een informatiebeschikking. Het betreft, kort samengevat, de volgende verplichtingen (limitatief opgesomd):
desgevorderd meekomen met de vertegenwoordiger naar een onderhoud met de inspecteur (dat hij heeft gebaseerd op de inlichtingenverplichtingen);
[art. 41 AWR]
desgevraagd gegevens en inlichtingen verstrekken, gegevensdragers overleggen en zichzelf rechtsgeldig identificeren, zo dit in potentie fiscaal relevant is, en dat duidelijk, stellig en zonder voorbehoud, tijdig, en op de wijze zoals door de inspecteur bepaald doen;
[art. 47, 47a en 49 AWR]
voor administratieplichtigen: het voeren van een deugdelijke administratie en het op toegankelijke wijze, gedurende zeven jaren bewaren daarvan;
[art. 52 AWR]
voor inhoudingsplichtigen: desgevraagd gegevens en inlichtingen verstrekken, alsmede gegevensdragers overleggen, zo dit in potentie fiscaal relevant is voor de belasting waarvoor zij de inhoudingsplichtige zijn;
[art. 53 AWR]
voor inhoudingsplichtigen: het verlenen van toegang tot grond en gebouwen ten behoeve van controle door de inspecteur.
[art. 53 AWR]
Het moet gaan om een relevante schending. Gebreken in de administratie die niet van belang zijn voor de in geschil zijnde belastingsoort, kunnen bijvoorbeeld geen omkering teweegbrengen.1
Wat betreft de administratieplicht is nog het volgende van belang. De omstandigheid dat art. 52a AWR het mogelijk maakt om vanwege de schending van de administratieplicht een informatiebeschikking te nemen, betekent niet dat de inspecteur daartoe ook verplicht is.2 Bij gebreken in de administratie kan de inspecteur er ook voor kiezen om geen informatiebeschikking te nemen, maar – binnen het kader van de reguliere regels van bewijslastverdeling – te stellen dat de administratie zodanige tekortkomingen bevat dat deze niet kan dienen als grondslag voor de winst- of omzetberekening.3 Ter invulling van de op hem rustende (reguliere) bewijslast kan de inspecteur in zulke gevallen in eerste instantie volstaan met een ‘gemotiveerde schatting’ van de winst of de omzet. Daarna dient de belastingplichtige aannemelijk te maken dat en waarom zijn winst of omzet lager is dan door de inspecteur is berekend.4 Als de inspecteur er volgens deze regels in slaagt om aannemelijk te maken dat de winst of de omzet hoger is dan is aangegeven, kan dat vervolgens alsnog omkering van de bewijslast opleveren, maar – nu een informatiebeschikking ontbreekt – alleen via de route van het niet doen van de vereiste aangifte (categorie I-trigger).5 Het voorgaande geldt ook als een wél genomen informatiebeschikking is vernietigd door de rechter.6 Het staat de inspecteur daarbij vrij om – in de procedure tegen de belastingaanslag – feiten en omstandigheden aan te voeren die hij eerder niet heeft aangevoerd in de procedure over de informatiebeschikking. Ook de belastingplichtige kan (tegen)bewijs leveren met alle middelen. Bovendien is de rechter in die latere procedure niet gebonden aan het eerdere oordeel over de administratieplicht dat in de uitspraak over de informatiebeschikking is gegeven.7