Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.4.5:7.4.5 Bewijspositie vóór en na de omkering
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.4.5
7.4.5 Bewijspositie vóór en na de omkering
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940682:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf zijn de voorwaarden behandeld waaraan moet zijn voldaan om de omkering van de bewijslast te bewerkstelligen. In dat kader rijst de vraag hoe de bewijslast ten aanzien van het voldoen aan die voorwaarden is geregeld: geldt daarvoor (onder omstandigheden) ook de omkering van de bewijslast of worden daarbij altijd de reguliere regels van bewijslastverdeling gevolgd? Als eenmaal naar behoren is bewezen dát de omkering van toepassing is, moeten voor een goed begrip van de bewijspositie twee stappen worden onderscheiden. In deze paragraaf zet ik deze aspecten uiteen.
7.4.5.1 Bewijspositie vóór omkering (ten aanzien van de toepasselijkheid)7.4.5.2 Bewijspositie na omkering: eerst een redelijke schatting, dan doen blijken