Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.2:6.3.4.2 De oproeping (art. 271-277 en 279 Rv)
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.2
6.3.4.2 De oproeping (art. 271-277 en 279 Rv)
Documentgegevens:
mr. B.J. Engberts, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. B.J. Engberts
- JCDI
JCDI:ADS621482:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Schuldsanering natuurlijke personen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie verder par. 4.4.2.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoofdregel is dat personen (verzoekers en belanghebbenden) die in de procedure zijn verschenen bij gewone brief worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoekschrift (art. 271 Rv). Belanghebbenden die niet zijn verschenen ontvangen de oproep per aangetekende brief (art. 272 Rv). De rechter kan bepalen dat de oproep op andere wijze geschiedt.
Met deze bepalingen kan de rechter bij de behandeling van de drie verzoeken goed uit de voeten. Oproeping van de verzoeker per gewone brief geldt als hoofdregel, maar oproeping per fax of e-mail biedt meer zekerheid dat de oproep de verzoeker op korte termijn bereikt. In de praktijk vindt oproeping voor de mondelinge behandeling van 287 lid 4, 287a en 287b-verzoeken vaak per fax of e-mail plaats. Bij het verzenden van dergelijke oproepingen verdient het de voorkeur de betrokken partij telefonisch te informeren dat de oproep op dergelijke wijze zal geschieden.1
Het oproepen van degene die geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland heeft, maar wel in een land waar de EG-betekeningsverordening van toepassing is (dit zijn de landen van de Europese Unie) is in art. 277 Rv geregeld. In de praktijk doet deze situatie zich vrijwel nooit voor, maar het is goed dat er wel een regeling voor handen is.
Kenmerkend voor de verzoekschriftprocedure is dat de rechter niet alleen de verzoeker en de in het verzoekschrift genoemde belanghebbende(n) oproept, maar dat hij belanghebbenden (bekend of onbekend) kan oproepen, zie art. 279 lid 1 Rv. Het is winst dat de insolventierechter bij toepassing van deze bepaling zelf belanghebbende(n) kan oproepen.
In art. 279 lid 2 Rv is bepaald dat oproeping altijd vergezeld gaat van een afschrift van het verzoekschrift, behalve als de oproeping niet bij brief of exploot geschiedt of indien de rechter anders bepaalt. Een dergelijke bepaling is voor 287a- en 287b-verzoeken opgenomen in art. 3.2.3.5 en 3.2.4.6 Procesreglement insolventiezaken. Gebleken is dat deze regel in de praktijk niet steeds wordt gevolgd omdat het verzoekschrift in het geheel niet of zonder bijlagen wordt meegezonden.
Is de behandeling van een zaak ter zitting aangehouden en de datum en het uur van de nieuwe zitting aangezegd, dan hoeft geen nieuwe oproeping gedaan te worden (art. 279 lid 5 Rv).