Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.3.3.1
4.3.3.1 Eerste fase: vaststelling beleidsprioriteiten
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Europa 2020-strategie is vastgesteld in 2010 en stelt doelen voor slimme, duurzame en inclusieve groei. COM(2010) 2020 final.
Opgesteld op basis van artikel 121 lid 2 VWEU. De richtsnoeren voor het economisch beleid worden tegelijk vastgesteld met de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid (artikel 148 lid 2 VWEU). Samen vormen deze richtsnoeren de geïntegreerde richtsnoeren. De economische richtsnoeren worden voor meerdere jaren opgesteld terwijl de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid jaarlijks worden opgesteld. In 2010 en 2015 zijn deze geïntegreerde richtsnoeren vastgesteld door de Raad op aanbeveling van de Commissie. Zie voor de globale richtsnoeren voor het economisch beleid vastgesteld in 2015: Aanbeveling (EU) 2015/1184 van de Raad van 14 juli 2015 betreffende de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie.
Gebaseerd op artikel 148 lid 2 VWEU.
Elke indicator behelst een drempelwaarde. Wanneer deze drempelwaarde wordt overschreden wordt niet automatisch uitgegaan van een onevenwichtigheid, de drempelwaarden zijn indicatief en worden bezien in het licht van de ontwikkelingen van de reële economie. Artikel 4 lid 4 Verordening (EU) 1176/2011.
COM(2015) 600, p. 11.
Het landrapport wordt verderop in deze paragraaf behandeld.
De economische prognoses worden opgesteld door het Directoraat-Generaal voor Economische en Financiële Zaken van de Commissie en zijn gebaseerd op de analyse van het landenbureau van het directoraat generaal in de landen. De prognoses richten zich op de EU, de eurozone en individuele landen. De prognose ziet ook op vooruitzichten van grote wereldeconomieën en kandidaat-lidstaten: https://ec.europa.eu/economy_finance/eu/forecasts/index_en.htm
Zie https://www.europarl.europa.eu/webnp/cms/pid/3;jsessionid=DF2B724243B56E4 A959FC392C148A6D4 .
Volgens dit artikel ‘zullen het Europees Parlement en de nationale parlementen (…) samen beslissen over de organisatie en promotie van een conferentie van vertegenwoordigers van (…) het Europees parlement en vertegenwoordigers van (…) de nationale parlementen, om het begrotingsbeleid en andere onder dit verdrag vallende kwesties te bespreken.’ Uit verschillende hoeken worden twijfels geuit of een dergelijke conferentie zal werken in het licht van het doel van de conferentie, namelijk het creëren van democratische legitimiteit van het Europees economisch bestuur. Zie bijvoorbeeld Voorlichting Raad van State 2013. Kreilinger daarentegen, hoewel de auteur ook wijst op enkele onvolkomenheden, ziet een dergelijke conferentie als een eerste stap naar ‘echte parlementaire controle in de EMU’. Kreilinger 2013.
Zie o.a. Artikel 4.2 Reglement van orde van de interparlementaire conferentie betreffende stabiliteit, economische coördinatie en bestuur in de Europese Unie (zie: https://www.ipex.eu/IPEXLWEB/dossier/files/download/082dbcc552572ef9015259413ba101a0.do)
Artikel 6.1 Reglement van orde van de interparlementaire conferentie betreffende stabiliteit, economische coördinatie en bestuur in de Europese Unie.
Het precieze karakter en doel van de conferentie zijn volgens Cooper echter nog niet uitgekristalliseerd. Zie uitgebreid over de artikel 13-conferentie: Cooper 2016.
Artikel 5 lid 1 jo. artikel 13 lid 1 Verordening (EU) 1176/2011 en artikel -11 lid 1 gewijzigde Verordening (EG) 1466/97.
Artikel 137 VWEU verwijst naar het protocol betreffende de Eurogroep dat nadere regels vastlegt voor vergaderingen van de Eurogroep.
Zie bijvoorbeeld het landrapport gericht aan Nederland in 2016. Werkdocument van de diensten van de Commissie, Landverslag Nederland 2016 met een diepgaande evaluatie betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden, SWD(2016) 87 final, p. 1.
COM(2015) 85.
COM(2015) 85 final, p. 10.
COM(2015) 85 final, p. 3.
COM(2015) 85 final, p. 10 en COM(2016) 95 final/2, p. 18.
Artikel 2-bis ter lid 1 onder a, b, c en e Verordening (EG) 1466/97 in het geval van het begrotingstoezicht en artikel 14 Verordening (EU) 1176/2011 in het geval van het macro-economisch toezicht.
In de eerste fase van het Europees Semester worden de EU-brede beleidsprioriteiten vastgesteld. Daarnaast wordt ook de landenspecifieke analyse van de Commissie over de economische en budgettaire situatie in de lidstaten bekend gemaakt. Op basis van deze prioriteiten en analyses worden in de tweede fase de nationale rapportages opgesteld waarin wordt gerapporteerd over de stand van de nationale economische en budgettaire situatie.
Jaarlijkse groeianalyse en waarschuwingsmechanismeverslag
Het Europees Semester wordt gelanceerd met de publicatie van de jaarlijkse groeianalyse en het waarschuwingsmechanismeverslag door de Commissie in november. De jaarlijkse groeianalyse wordt vastgesteld met het oog op de Europa 2020-doelstellingen1 en de globale richtsnoeren voor het economisch beleid.2 De richtsnoeren vormen de uitvoering van de Europa 2020-doelstellingen. De breed opgezette jaarlijkse groeianalyse geeft een overzicht van de economische en sociale situatie in Europa en bepaalt jaarlijks de algemene economische prioriteiten voor de EU. De groeianalyse wordt vergezeld door het gezamenlijke werkgelegenheidsrapport, gericht op werkgelegenheids- en sociale situatie in de EU.3
Het waarschuwingsmechanismeverslag publiceert de Commissie in het kader van de macro-economische onevenwichtigheidsprocedure.4 Aan de hand van een scoreboard,5 dat een reeks economische en financiële indicatoren bevat voor de ontwikkeling van macro-economische onevenwichtigheden, inclusief indicatieve drempelwaarden, beoordeelt de Commissie of er in een lidstaat sprake is van onevenwichtigheden dan wel of dit risico bestaat.6
De Commissie heeft hierbij ook speciale aandacht voor de eurozone-dimensie.7 Wanneer er sprake is van onevenwichtigheden of het risico daarop bestaat wordt de lidstaat onderworpen aan een diepgaande analyse. De resultaten worden gepresenteerd in het landrapport in februari.8
Sinds het Europees Semester 2016 brengt de Commissie tegelijkertijd met de jaarlijkse groeianalyse ook de aanbevelingen voor de eurozone naar buiten, met het oog op betere integratie van de eurozone-aspecten in het nationale beleid.
Tegelijkertijd met de belangrijkste momenten in het Europees Semester brengt de Commissie haar economische prognoses uit. De economische prognoses van de Commissie vormen de basis van het economisch toezicht.9 In november, tegelijk met de jaarlijkse groeianalyse en het waarschuwingsmechanismeverslag, publiceert de Commissie haar economische najaarsprognose.
Bespreking jaarlijkse groeianalyse en waarschuwingsmechanismeverslag
Over de jaarlijkse groeianalyse en het waarschuwingsmechanismeverslag en de implementatie van de vorige Europees Semester-cyclus, vindt een debat plaats in het Europees Parlement met de Commissie. Dit debat vindt plaats in het kader van de economische dialoog. Het Europees Parlement neemt vervolgens een resolutie aan over de jaarlijkse groeianalyse. Het Europees Parlement neemt hierbij de resultaten mee uit de Europese parlementaire week. Tijdens deze Europese parlementaire week komen afgevaardigden van het Europees Parlement en de nationale parlementen bijeen om te spreken over economische, budgettaire en sociale aangelegenheden, waaronder het Europees Semester en de implementatie van de landenspecifieke aanbevelingen.10 De parlementaire week vindt jaarlijks omstreeks januari-februari plaats. Vanaf 2014 vindt tijdens de Europese parlementaire week ook de zogenoemde artikel 13-conferentie plaats. Deze interparlementaire conferentie betreffende economisch bestuur is een directe uitwerking van artikel 13 Fiscal Compact.11 De artikel 13-conferentie vindt twee maal per jaar plaats, eenmaal tijdens de Europese parlementaire week voordat de lidstaten dienen te rapporteren aan de Commissie over hun budgettair en economisch beleid en eenmaal omstreeks oktober-november, voor de presentatie van de jaarlijkse groeianalyse. Zowel tijdens de Europese parlementaire week als tijdens de artikel 13-conferentie kunnen relevante leden van de Europese instellingen worden uitgenodigd om te komen spreken.12 In het kader van de artikel 13-conferentie kunnen niet bindende conclusies worden opgesteld.13 Doel van deze interparlementaire bijeenkomsten is het uitwisselen van informatie over (de uitvoering van) het Europees Semester en het economisch bestuur en het uitwisselen van best practises.14
Nadat de jaarlijkse groeianalyse is uitgebracht vindt er ook een dialoog plaats met de nationale autoriteiten. Dit zijn de zogenoemde bilaterale bijeenkomsten. De landenteams van de Commissie gaan langs bij verschillende ministeries en sociale partners. Onder andere om problemen te signaleren en te spreken over de implementatie van de landenspecifieke aanbevelingen. Deze bijeenkomsten zijn niet openbaar. Tevens voert de Commissie, voor de vaststelling van het landrapport, in het kader van het Europees Semester onderzoeksmissies uit.15
De jaarlijkse groeianalyse en het waarschuwingsmechanismeverslag worden ook in verschillende samenstellingen van de Raad besproken in het kader van het multilaterale toezicht. De Eurogroep16 bespreekt het waarschuwingsmechanismeverslag voor zover het rapport betrekking heeft op de eurolidstaten. De Ecofin Raad stelt vervolgens conclusies vast over de jaarlijkse groeianalyse en het waarschuwingsmechanismeverslag. Daarnaast stelt de Ecofin Raad de aanbevelingen voor de eurozone vast.
Landrapport
In februari brengt de Commissie vervolgens het landrapport uit, tegelijkertijd met de economische winterprognose. Het landrapport borduurt voort op de jaarlijkse groeianalyse en geeft een nadere analyse, aan de hand van de winterprognose van de Commissie, van de economische situatie van de lidstaat en identificeert eventuele (macro-)economische problemen.17 Het landrapport analyseert de voortgang van de aanpak van de landenspecifieke aanbevelingen zoals deze in het vorige Europees Semester aan de lidstaat zijn gericht en bevat, waar van toepassing, voor alle eurolanden afzonderlijk de resultaten van de diepgaande analyse.18 Deze diepgaande analyse vindt plaats aan de hand van de in het waarschuwingsmechanismeverslag gesignaleerde mogelijke onevenwichtigheden. De analyse wordt gemaakt door de diensten van de Commissie en is tot stand gekomen in een dialoog met de lidstaten op technisch niveau,19 aan de hand van de bilaterale bijeenkomsten in januari. De landrapporten bevatten geen aanbevelingen.
Vervolgens publiceert de Commissie een rapport met daarin de samenvatting van de resultaten van de diepgaande analyse per lidstaat en geeft een oordeel over het bestaan van eventuele onevenwichtigheden. Het oordeel over het bestaan van een onevenwichtigheid is in de handen van de Commissie. De Commissie rangschikt de onevenwichtigheden in een viertal categorieën: geen onevenwichtigheden, onevenwichtigheden, buitensporige onevenwichtigheden en buitensporige onevenwichtigheden met corrigerende maatregelen (procedure bij buitensporige onevenwichtigheden). Op basis van het oordeel van de Commissie doet de Commissie een aanbeveling aan de Raad voor het nemen van preventieve of corrigerende maatregelen. Deze aanbeveling maakt onderdeel uit van de landenspecifieke aanbeveling in mei. Naast het oordeel van de Commissie over het bestaan van een onevenwichtigheid bevat het rapport van de Commissie een beoordeling van de budgettaire situatie van de lidstaten die voortbouwt op de beoordeling van de ontwerpbegrotingen die de eurolidstaten in het voorgaande jaar aan de Commissie hebben gestuurd,20 zie paragraaf 4.3.4. Vervolgens vinden er bilaterale bijeenkomsten plaats tussen de landenteams van de Commissie en de nationale lidstaten om de landrapporten te bespreken.21
In figuur 4.2 is schematisch weergegeven hoe de procedure inzake de detectie en de preventie van macro-economische onevenwichtigheden eruitziet.
Vaststellen beleidsprioriteiten
Hierna is de Europese Raad aan zet. In maart stelt de Europese Raad beleidsprioriteiten vast op basis van de jaarlijkse groeianalyse en de conclusies van de verschillende Raden. Deze beleidsprioriteiten vormen het uitgangspunt van de besprekingen van het Europees Semester in de Raden en vormen het uitgangspunt voor de nationale programma’s waarin gerapporteerd wordt over de nationale economische en budgettaire situatie.
Economische dialoog
Het Europees Parlement is door middel van een economische dialoog betrokken bij de informatie die de verschillende Europese instanties uitvaardigen op basis waarvan het multilateraal toezicht plaatsvindt. Zowel met betrekking tot het begrotingstoezicht, het toezicht op de macro-economische situatie in de lidstaten, als de coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten.22 Het Europees Parlement voert zowel op reguliere als ad hoc basis, wanneer zij dit nodig acht, een dialoog met de voorzitter van de Ecofin Raad, de voorzitter van de Eurogroep, de voorzitter van de Europese Raad en/of de Commissie.