Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/11.3.4:11.3.4 Samenvatting huidige toetsingskaders
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/11.3.4
11.3.4 Samenvatting huidige toetsingskaders
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685428:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In feite gaat het bij het vaststellen van (de gevolgen van) een vertrouwensschending telkens om de volgende vier stappen:
Wat is de inhoud van de overheidsuitlating en hoe moet deze worden gekwalificeerd?
Is sprake van een bevoegdhedenovereenkomst, eenzijdige, gerichte toezegging of inlichting?
Bevoegdhedenovereenkomst: overeenkomst waarin een overheidslichaam zich heeft vastgelegd (zich in te spannen) zijn publiekrechtelijke bevoegdheden op een bepaalde manier aan te wenden.
Eenzijdige, gerichte toezegging: een ongeclausuleerde, resultaatgerichte belofte van een overheid haar publiek- of privaatrechtelijke bevoegdheden in een concreet geval op een bepaalde manier aan te wenden.
Inlichtingen: mededeling van een overheid die zij verstrekt vanuit haar informatieve en dienstverlenende functie met als doel de kennis van een burger over het geldend recht te vergroten.
Van wie is de overheidsuitlating afkomstig?
Voor vertrouwen op de nakoming van bevoegdhedenovereenkomsten en toezeggingen, moet de uitlating afkomstig zijn van iemand die namens het overheidslichaam een (bestuursrechtelijke of civielrechtelijke) rechtshandeling kan verrichten.
Voor vertrouwen op de juistheid van inlichtingen of toezeggingen, moet de uitlating afkomstig zijn van iemand die gelet op zijn functie en kennis gerechtvaardigd vertrouwen kan wekken.
Is sprake van een schending van gerechtvaardigd vertrouwen?
Is ondanks gewekt vertrouwen daartoe uiteindelijk geen geldige bevoegdhedenovereenkomst of toezegging tot stand gekomen?
Indien sprake is van een ongeldige rechtshandeling en een burger geen beroep kan doen op een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid (schijn van volmacht of criterium van goede gronden), geldt zowel in het bestuursrecht als het civiele recht dat hij met lege handen staat. In dat geval is immers geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen op nakoming. Mogelijk resteert een schadevergoedingsvordering wegens het ten onrechte wekken van vertrouwen.
Is de geldige bevoegdhedenovereenkomst of toezegging niet nagekomen?
Zijn, ondanks een op de overheid rustende waarheidsplicht, onjuiste of onvolledige inlichtingen gegeven?
Indien sprake is van een schending van gerechtvaardigd vertrouwen, welke rechtsgevolgen moeten daaraan worden verbonden?
Moet de vertrouwensschending leiden tot vernietiging van een aangevochten besluit of schadevergoeding in de bestuursrechtelijke kolom?
Moet de vertrouwensschending leiden tot een succesvolle nakomingsvordering bij de civiele rechter of een schadevergoedingsvordering uit wanprestatie of onrechtmatige daad?
Alle hierboven bij stap 4 benoemde rechtsgevolgen van een schending van gerechtvaardigd vertrouwen van dit onderzoek vloeien voort uit noties als redelijkheid en billijkheid, behoorlijkheid, maatschappelijke betamelijkheid en rechtszekerheid. Hoewel voor de toepasselijke rechtsfiguren dus dezelfde achtergrond geldt, pakken de gevolgen – afhankelijk van het rechtsgebied en een nadere kwalificatie van de vertrouwensschending – verschillend uit. ‘Het vertrouwensbeginsel’ heeft geen vaste betekenis of werking, en er is niet één soort vertrouwensschending of één rechtsgevolg dat uit een schending van gerechtvaardigd vertrouwen voortvloeit. Die constatering strijdt niet met mijn streven naar rechtseenheid, rechtsconsistentie en rechtsbescherming, maar geeft juist de noodzaak tot nadere afbakening en theorievorming aan.