De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.5.1:7.3.5.1 Cessie van een een recht op belastingteruggave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.5.1
7.3.5.1 Cessie van een een recht op belastingteruggave
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS383864:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer men wil vaststellen of cessie van gematerialiseerd recht op belastingteruggave in geval van turboliquidatie mogelijk is, dient allereerst te worden beoordeeld hoe een dergelijke belastingteruggave volgens de algemene civielrechtelijke regels dient te worden aangemerkt. Dat een recht op belastingteruggave (een fiscale vordering) een vermogensrecht is, is mijns inziens duidelijk; een zaak is namelijk ‘een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object’ (artikel 3:2 BW), terwijl vermogensrechten in artikel 3:6BW worden omschreven als ‘rechten die, hetzij afzonderlijkhetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of er toe strekken derechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrektof in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel’.
Ten aanzien van rechten (waaronder ook vorderingen) kan een onderscheid worden gemaakt tussen rechten aan toonder of order en rechten op naam, welk onderscheid hoofdzakelijk van belang is voor de wijze van overdracht. Alle rechten die niet aan order of toonder luiden, zijn rechten op naam.1 Een duidelijkere omschrijving van vorderingen op naam is de volgende:
‘De conventionele vordering is een vordering op naam: bijvoorbeeld een vordering uit koopovereenkomst, uit geldlening, uit onverschuldigde betaling of uit onrechtmatige daad. Op naam betekent daarom niet dat de vordering ergens zou zijn geregistreerd of iets dergelijks.’2
Kortom; de vordering op naam is een vordering die niet belichaamd is in een orderof toonderpapier, maar toekomt aan een vaste – voor de schuldenaar met name bekende – persoon.3 De fiscale vordering (hier: het recht op belastingteruggave) wordt gezien als een dergelijke vordering op naam.4
Cessie van een fiscale vordering is mogelijk doordat in artikel 3:83 lid 1 BW is bepaald dat vorderingsrechten overdraagbaar zijn, tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen overdracht verzet. Voorwaarde voor een rechtsgeldige openbare cessie is, ingevolge artikel 3:94 lid 1 BW, een authentieke of onderhandse akte alsmede mededeling van deze overdracht door het bestuur van de BV aan de Ontvanger. Zowel de (authentieke of onderhandse) cessieakte als de mededeling van de cessie zijn constitutieve voorwaarden voor een rechtsgeldige cessie.
Naast de artikelen 3:83 lid 1 en 3:94 BW is ook artikel 3:84 BW van belang: als algemene vereisten voor de overdracht geldt dat sprake moet zijn van een geldige titel van overdracht, een geldige levering – in dit geval een levering ex artikel 3:94 BW – en dat de overdrager ten aanzien van de vordering op de Ontvanger beschikkingsbevoegd is.
Omdat een recht op belastingteruggave een toekomstige belastingteruggave – en dus een toekomstige vordering – is, moet ook aan artikel 3:97 BW worden voldaan. Artikel 3:97 BW bepaalt dat cessie kan plaatsvinden van alle toekomstige vorderingen die de vervreemder (hier: de BV) op een bepaalde schuldenaar (hier: de Ontvanger) zal verkrijgen. Dit betekent dat voor een geldige overdracht van een recht op belastingteruggave niet vereist is dat de rechtsverhouding reeds ten tijde van de overdracht bestaat. Wel geldt ingevolge artikel 3:84 lid 2 BW dat de (over te dragen) vordering ten tijde van de overdracht voldoende bepaalbaar is, aan welk vereiste in de praktijk geen hoge eisen worden gesteld.5
Tot slot is het bepaalde in artikel 24 lid 4 IW van belang: het vereiste van instemming door de Ontvanger met een overdracht heeft derdenwerking, hetgeen tot gevolg heeft dat pas van een rechtsgeldige overdracht kan worden gesproken op het moment dat de Ontvanger daarmee heeft ingestemd.6
Niets staat er dus aan in de weg om een fiscale vordering te cederen in geval van turboliquidatie van een BV. Wanneer deze cessie echter anders dan om niet geschiedt, dient men er rekening mee te houden dat dit wederom een bate kan opleveren. Cessie om niet kan daarentegen onder omstandigheden als een paulianeuze rechtshandeling worden gezien. Naar mijn mening vormt cessie van het recht op belastingteruggave dan ook geen goede oplossing in geval van een voorgenomen turboliquidatie.