De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.5.0:7.3.5.0 Introductie
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.5.0
7.3.5.0 Introductie
Documentgegevens:
Datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- JCDI
JCDI:ADS393323:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Rb. ’s-Gravenhage 11 maart 2015, JOR 2015/182, m.nt. School en noot Vergouwen & Van der Kraan bij HR ’s-Gravenhage 11 januari 2013, JIN 2013/28.
Vetter e.a. 2009, p. 111.
HR 11 oktober 1985, NJ 1986, 68 (Kramer q.q./NMB).
Vanwege dit vereiste is een stille cessie van een belastingvordering nimmer mogelijk.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat een latente belastingteruggave slechts een actief op de bedrijfseconomische balans is voor wat betreft verrekenbare tijdelijke verschillen. Met andere woorden: de belastinglatentie is geen vordering, maar een op de balans opgenomen realistische schatting van een in de toekomst te ontvangen of te verrekenen belasingteruggave. Wanneer het recht wordt gematerialiseerd, is per definitie geen sprake meer van een belastinglatentie, maar recht op belastingteruggave. Een gematerialiseerd recht op belastingteruggave kan mijns inziens wel worden aangemerkt als bate in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW.1 Wanneer een BV over een dergelijk recht beschikt en over wenst te gaan tot turboliquidatie, zou overwogen kunnen worden het recht op de belastingteruggave – nog voordat deze daadwerkelijk kan worden verrekend of kan worden aangewend ter voorwaarts verliescompensatie – te cederen of te verpanden.2 Cessie en/of verpanding van een belastingteruggave is mogelijk vanaf het moment waarop de materiële belastingvordering ontstaat. De Hoge Raad heeft ten aanzien van een belastingschuld overwogen dat deze materieel reeds bestaat voordat de aanslag is geformaliseerd. Volgens de Hoge Raad ontstaat de schuld uit de wet, niet uit de aanslag. Dit geldt ook analoog voor een belastingvordering.3 Omdat cessie en verpanding van gematerialiseerde belastingvorderingen – en als gevolg daarvan een beperking van de Ontvangers verrekeningsmogelijkheden – steeds vaker voorkwamen, is artikel 24 lid 4 IW ingevoerd. Het omvangrijke vierde lid van artikel 24 IW luidt als volgt:
‘Verrekening is niet mogelijk met betrekking tot een door de ontvanger uit te betalen bedrag indien deze vordering door de gerechtigde onder bijzondere titel is overgedragen, mits de ontvanger met de overdracht heeft ingestemd. Verrekening is voorts niet mogelijk met betrekking tot een door de ontvanger uit te betalen bedrag indien op deze vordering een pandrecht als bedoeld in artikel 239 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is gevestigd, mits de ontvanger op het tijdstip waarop het pandrecht hem wordt medegedeeld met het pandrecht heeft ingestemd. De ontvanger is verplicht bij de beschikking met de overdracht of het pandrecht in te stemmen indien op het tijdstip van de mededeling van de akte van overdracht of van het pandrecht ten name van de belastingschuldige geen voor verrekening vatbare schuld invorderbaar is. De ontvanger kan bij beschikking instemmenmet de overdracht of het pandrecht weigeren. De ontvanger maakt de beschikking bekenddoor middel van een gedagtekende kennisgeving waarin, bij weigering tot instemmingmet de overdracht of het pandrecht, de grond is vermeld waarop de weigering berust.’
Ingevolge artikel 24 lid 4 IW is verrekening van belastingteruggaven – die gecedeerd of stil verpand zijn – niet mogelijk indien de Ontvanger niet met de cessie of met de vestiging van het stil pandrecht heeft ingestemd.4 In geval van de stille verpanding dient de Ontvanger op het tijdstip waarop het pandrecht hem wordt medegedeeld met de vestiging van het pandrecht te hebben ingestemd. Wanneer op het tijdstip van de mededeling van de akte van overdracht of van de vestiging van het pandrecht ten name van de belastingschuldige BV geen voor verrekening vatbare schuld invorderbaar is, is de Ontvanger verplicht bij beschikking met de overdracht (of het pandrecht) in te stemmen.
In hoeverre cessie dan wel stille verpanding van een gematerialiseerd recht op belastingteruggave (bij voorbaat) mogelijk is in geval van turboliquidatie, zal hieronder worden bezien.